ECLI:NL:RBUTR:2005:AS9931
Rechtbank Utrecht
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Schorsing van sluitingsbevel horecabedrijf wegens concreet zicht op legalisering
Verzoekers, vennoten van een VOF die een horecabedrijf exploiteren, werden geconfronteerd met besluiten tot sluiting van hun onderneming wegens het ontbreken van geldige exploitatievergunningen. De besluiten waren gebaseerd op overtreding van de Horecaverordening Utrecht 2004 en de Drank- en Horecawet. Verzoekers hadden het café in 1999 overgenomen zonder de vereiste vergunningen en diploma’s, maar hadden afspraken gemaakt dat de vorige eigenaar de leiding zou houden totdat zij aan de eisen voldeden.
Na een antecedentenonderzoek en het behalen van de benodigde diploma’s dienden verzoekers in februari 2005 een aanvraag in voor de benodigde vergunningen. Ondanks een waarschuwing bleef het café op 12 februari 2005 geopend, waarna de gemeente besloot tot sluiting. De voorzieningenrechter oordeelde dat de gemeente bevoegd was tot handhaving, maar dat gezien het concrete zicht op legalisering, het ontbreken van incidenten sinds de overname en het feit dat de locatie al decennialang als horecabedrijf wordt gebruikt, schorsing van het sluitingsbevel op zijn plaats was.
De rechter concludeerde dat de situatie voortkwam uit een miscommunicatie en geen sprake was van bewuste overtreding. Daarom werd het verzoek om voorlopige voorziening toegewezen, de sluiting geschorst tot de beslissing op bezwaar en werd het betaalde griffierecht aan verzoekers vergoed.
Uitkomst: De sluitingsbesluiten van het horecabedrijf worden geschorst vanwege concreet zicht op legalisering.