ECLI:NL:RBUTR:2005:AS9111
Rechtbank Utrecht
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Ontvankelijkheid bij ondervrijwaring ondanks faillissement van op te roepen persoon
In deze civiele procedure vordert Weatherall c.s. toestemming om een persoon in ondervrijwaring te kunnen oproepen. De notaris voert verweer dat deze vordering niet-ontvankelijk is vanwege het faillissement van de op te roepen persoon sinds 2002, waardoor de vordering volgens artikel 26 Faillissementswet Pro alleen bij de curator kan worden ingediend.
De rechtbank oordeelt dat het faillissement van de op te roepen persoon niet aan de ontvankelijkheid van Weatherall c.s. in de weg staat, omdat de vordering niet tegen de failliet zelf is ingesteld, maar tegen de notaris. De rechtbank stelt dat Weatherall c.s. voldoende hebben gesteld dat er een rechtsverhouding bestaat die een verplichting tot vrijwaring inhoudt, zodat de vordering in beginsel toewijsbaar is.
Daarnaast wordt geoordeeld dat het verzoek tot voeging in de hoofdzaak niet ontvankelijk is omdat dit niet in de hoofdzaak zelf is ingediend, maar in de vrijwaringsprocedure. De rechtbank verwijst de vrijwaringszaak naar de parkeerrol en houdt verdere beslissing aan totdat in de hoofdzaak een eindvonnis is gewezen.
De notaris wordt veroordeeld in de kosten van het incident en Weatherall c.s. wordt toegestaan de persoon in ondervrijwaring te dagvaarden met inachtneming van een termijn van ten minste zeven vrije dagen voor de terechtzitting.
Uitkomst: De rechtbank staat toe dat Weatherall c.s. de persoon in ondervrijwaring dagvaarden ondanks diens faillissement en veroordeelt de notaris in de kosten.