ECLI:NL:RBUTR:2005:AS8310
Rechtbank Utrecht
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Geschil over erfdienstbaarheid en gebruik zuidelijke lus bij buren
De rechtbank Utrecht behandelde een burengeschil over de inhoud en uitoefening van een erfdienstbaarheid die via een noordelijke en zuidelijke lus om een eikenboom loopt. De eiser in conventie vorderde het opheffen van een door de gedaagden in conventie aangelegde tuin op de zuidelijke lus, omdat dit het gebruik van de erfdienstbaarheid belemmerde.
De rechtbank stelde vast dat de gedaagden niet konden bewijzen dat de eiser afstand had gedaan van het gebruik van de zuidelijke lus, noch dat er een geldige afspraak bestond met de vorige eigenaar. Ook was geen instemming met de aanleg van de tuin aangetoond. De rechtbank oordeelde dat de erfdienstbaarheid slechts door de akte wordt bepaald en dat de zuidelijke lus daar onderdeel van uitmaakt.
De vorderingen tot verlegging en wijziging van de erfdienstbaarheid werden afgewezen, omdat dit zou leiden tot een onredelijke vermindering van het genot voor de eigenaar van het heersende erf. Daarnaast werden reconventionele vorderingen tot beperkingen zoals een verbod op loslopende honden en parkeerverboden afgewezen wegens onvoldoende belang of feitelijke onderbouwing.
De rechtbank veroordeelde de gedaagden om de tuin en obstakels op de zuidelijke lus te verwijderen en de lus vrij te houden, met een dwangsom bij niet-naleving. Tevens werden de kosten aan de zijde van de eiser toegewezen.
Uitkomst: De rechtbank veroordeelt de gedaagden tot het opheffen van de met de erfdienstbaarheid strijdige situatie en wijst de vorderingen tot verlegging en wijziging af.