ECLI:NL:RBUTR:2005:AR8688
Rechtbank Utrecht
- Voorlopige voorziening+bodemzaak
- Rechtspraak.nl
Beroep ongegrond tegen bestuursdwang voor illegale woonwagenplaatsing
Eiser had zonder vergunning een woonwagen geplaatst op een standplaats binnen een woonwagencentrum, wat in strijd is met de Huisvestingsverordening Amersfoort 2004. Verweerder, het college van burgemeester en wethouders, heeft hem opgedragen de woonwagen te verwijderen en het bezwaar hiertegen ongegrond verklaard.
Eiser voerde onder meer het gelijkheidsbeginsel en het vertrouwensbeginsel aan, stellende dat anderen in vergelijkbare situaties wel gelegaliseerd waren en dat hij huur had betaald. De rechtbank oordeelde dat verweerder terecht handhavend optreedt gezien het beleid om het woonwagencentrum zo spoedig mogelijk leeg te krijgen en dat eiser niet gelijkgesteld kan worden met bewoners die voor de peildatum legaal of illegaal een standplaats hadden.
Het beroep werd ongegrond verklaard omdat geen bijzondere omstandigheden waren die handhavend optreden zouden moeten verhinderen. Het verzoek om een voorlopige voorziening werd afgewezen omdat onmiddellijke spoed niet aanwezig was. De proceskosten werden niet aan verweerder opgelegd.
Uitkomst: Het beroep tegen het besluit tot bestuursdwang wordt ongegrond verklaard en het verzoek om voorlopige voorziening wordt afgewezen.