ECLI:NL:RBUTR:2004:AT3887
Rechtbank Utrecht
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- A.C. Quik-Schuijt
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek gezamenlijk gezag moeder en stiefvader over minderjarige na echtscheiding
De moeder en haar huidige echtgenoot hebben verzocht om gezamenlijk gezag over het minderjarige kind uit het eerdere huwelijk van de moeder met de vader. Na echtscheiding in 1996 was aanvankelijk het gezamenlijk gezag in stand gelaten, maar in januari 1998 heeft de rechtbank het gezag aan de moeder alleen toegekend vanwege het onvermogen van de ouders om redelijk overleg te voeren.
De omgangsregeling tussen de ouders verloopt goed en er is overleg mogelijk, waardoor de huidige situatie als stabiel wordt beschouwd. Jurisprudentie van de Hoge Raad stelt dat gezamenlijk gezag de hoofdregel is, tenzij het kind klem of verloren dreigt te raken tussen de ouders, wat hier niet het geval is.
De rechtbank overweegt ook dat de stiefvader een positieve rol speelt, maar dat het verzoek om gezamenlijk gezag met de moeder en haar huidige echtgenoot het kwetsbare evenwicht kan verstoren. Procedures over de geslachtsnaam en de zware verantwoordelijkheid die op het kind wordt gelegd, wegen mee in de afwijzing.
Daarom worden zowel het verzoek van de moeder en haar echtgenoot als het verzoek van de vader om gezamenlijk gezag afgewezen, waarbij het belang van het kind en het behoud van de gezagsrelatie met de biologische ouder voorop staan.
Uitkomst: Het verzoek tot gezamenlijk gezag van de moeder en haar huidige echtgenoot wordt afgewezen; de moeder blijft alleen met het gezag belast.