ECLI:NL:RBUTR:2004:AR8476
Rechtbank Utrecht
- Kort geding
- H.J. Schepen
- Rechtspraak.nl
Voorzieningenrechter oordeelt schending hoor en wederhoor bij langdurige schorsing voetballer
Tijdens een amateurvoetbalwedstrijd raakte een speler ernstig gewond aan zijn kaak. De KNVB startte daarop een tuchtprocedure tegen de betrokken voetballer en legde hem een schorsing van vier jaar op, later teruggebracht tot twee jaar. Deze straffen werden opgelegd zonder dat de voetballer mondeling werd gehoord.
De voetballer stelde dat hierdoor het fundamentele recht op hoor en wederhoor was geschonden en startte een kort geding tegen de KNVB om de schorsing op te schorten en een schadevergoeding te vorderen. De KNVB verdedigde haar handelen met verwijzing naar het reglement, waarin een mondelinge behandeling alleen plaatsvindt als de tuchtcommissie dit wenselijk acht.
De voorzieningenrechter oordeelde dat gezien de ernst van het letsel, de zwaarte van de opgelegde straf en de ontkenning van schuld door de voetballer, het niet horen van de voetballer een schending van het recht op hoor en wederhoor vormt. De schorsing mocht daarom niet worden voortgezet zolang de bodemprocedure loopt. Een voorschot op immateriële schadevergoeding werd afgewezen wegens onvoldoende bewijs van onrechtmatigheid.
De KNVB werd veroordeeld in de proceskosten en het vonnis werd uitvoerbaar bij voorraad verklaard.
Uitkomst: De voorzieningenrechter verbiedt de KNVB de schorsing verder ten uitvoer te leggen zolang de bodemprocedure loopt wegens schending van hoor en wederhoor.