ECLI:NL:RBUTR:2004:AR6608
Rechtbank Utrecht
- Eerste aanleg - meervoudig
- P. Dondorp
- R.H.M. Jansen
- I.J.B. Corbey
- Rechtspraak.nl
Verkoop van bier vanuit kiosk op station niet altijd strafbaar volgens Drank- en Horecawet
De rechtbank Utrecht behandelde de zaak tegen verdachte omtrent de verkoop van zwak-alcoholhoudende dranken vanuit kiosken op stations. De kernvraag was of de uitzonderingsbepaling van artikel 18, lid 2 onder a of b van de Drank- en Horecawet van toepassing was op de verkoop van bier vanuit een kiosk. De rechtbank oordeelde dat een kiosk geen winkel is in de zin van de wet, omdat het geen voor het publiek toegankelijke besloten ruimte betreft, maar een verkooppunt met een loket.
De rechtbank sprak verdachte vrij van enkele primair ten laste gelegde feiten, omdat niet wettig en overtuigend was bewezen dat verdachte bier of breezer had verstrekt. Wel werd bewezen verklaard dat verdachte zwak-alcoholhoudende drank had verstrekt vanuit een kiosk, wat in strijd is met het algemene verbod van artikel 18, lid 1 van de Drank- en Horecawet. Daarnaast werd vastgesteld dat in een andere bedrijfsruimte, die wel als winkel kon worden aangemerkt, de uitzonderingsbepaling van artikel 18, lid 2 onder c van toepassing was.
De rechtbank achtte de ernst van de overtredingen niet van dien aard dat straf moest worden opgelegd voor de verkoop vanuit de kiosk, mede gezien de recente handhaving sinds 2002 en de aard van de verkooppunten. Verdachte werd veroordeeld tot geldboetes voor enkele overtredingen, maar voor een aantal feiten werd ontslag van rechtsvervolging verleend. De strafmaat werd mede bepaald aan de hand van de persoon van verdachte, die geen eerdere veroordelingen voor soortgelijke feiten had.
Uitkomst: Verdachte vrijgesproken voor enkele feiten, veroordeeld tot geldboetes voor andere en ontslagen van rechtsvervolging voor een feit.