ECLI:NL:RBUTR:2004:AR6427
Rechtbank Utrecht
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Verzoek om opheffing voorlopige voorziening bouwvergunning vuurwerkopslag niet-ontvankelijk verklaard
De voorzieningenrechter van de rechtbank Utrecht behandelde het verzoek om opheffing van een voorlopige voorziening die de schorsing betrof van de verlening van vrijstelling en bouwvergunning voor het oprichten van een vuurwerkopslag.
De voorlopige voorziening was op 19 oktober 2004 uitgesproken en betrof een besluit van 7 september 2004 waarbij vrijstelling en vergunning waren verleend aan belanghebbende voor het oprichten van een vuurwerkopslag op een perceel te Vianen. Verzoeker vroeg op 11 november 2004 om opheffing van deze voorziening.
Uit de stukken bleek dat de bouw van de vuurwerkopslag was stilgelegd en dat belanghebbende een nieuwe bouwaanvraag had ingediend voor een opslag van 1.000 kg consumentenvuurwerk, terwijl de oorspronkelijke aanvraag voor 2.000 kg was. De overeenkomst tussen partijen bepaalde dat niet meer dan 1.500 kg zou worden opgeslagen. De milieuwetgeving maakte duidelijk dat bij opslag boven 1.000 kg een vergunningplicht geldt.
De voorzieningenrechter oordeelde dat onvoldoende grond bestond om aan te nemen dat de aanhoudingsplicht op grond van artikel 52 van Pro de Woningwet niet meer van toepassing was. Bovendien was het bezwaar van verzoeker tegen het besluit van 7 september 2004 ingetrokken, waardoor de voorlopige voorziening van rechtswege was komen te vervallen. Daarom werd het verzoek om opheffing van de schorsing niet-ontvankelijk verklaard en werd het betaalde griffierecht terugbetaald.
Uitkomst: Het verzoek om opheffing van de voorlopige voorziening is niet-ontvankelijk verklaard vanwege intrekking van het bezwaar.