ECLI:NL:RBUTR:2004:AR2626
Rechtbank Utrecht
- Eerste aanleg - meervoudig
- R.J.A. Meertens
- F.M.D. Aardema
- P.J.M. Mol
- Rechtspraak.nl
Veroordeling wegens opzettelijk onjuiste belastingaangifte met verborgen vermogen in Luxemburg
De rechtbank Utrecht heeft op 8 september 2004 uitspraak gedaan in een strafzaak tegen verdachte die ervan werd verdacht opzettelijk onjuiste belastingaangiften te hebben gedaan. Verdachte had een aanzienlijk bedrag op een Luxemburgse bankrekening geplaatst om dit vermogen buiten het zicht van de Nederlandse fiscus te houden.
Tijdens de terechtzitting werd onder meer het verweer van onrechtmatig bewijs en taalproblemen besproken. De rechtbank oordeelde dat het bewijs, waaronder verklaringen van verdachte en bankafschriften, rechtmatig was verkregen en dat verdachte de cautie begreep ondanks zijn beperkte taalvaardigheid. Ook werd het verhoor van 30 oktober 2001 als bewijs toegelaten.
De rechtbank stelde vast dat verdachte gedurende vier jaar opzettelijk foutieve aangiften had gedaan, waardoor de fiscus ernstig werd benadeeld. Er waren geen omstandigheden die strafuitsluiting rechtvaardigden. Gelet op de ernst van de feiten en de persoon van verdachte, die niet eerder was veroordeeld, legde de rechtbank een geldboete van €10.000 op, met vervangende hechtenis bij niet-betaling.
Uitkomst: Verdachte is veroordeeld tot een geldboete van €10.000, bij niet-betaling te vervangen door 185 dagen hechtenis.