ECLI:NL:RBUTR:2004:AQ9904
Rechtbank Utrecht
- Eerste aanleg - meervoudig
- J.M. Sijbrandij
- P.J.G. van Osta
- K.A.M. van Hoof
- Rechtspraak.nl
Verevening en afstorting geconverteerd pensioen na echtscheiding bij beheersing vennootschap door man
De vrouw en man zijn gehuwd onder huwelijkse voorwaarden met uitsluiting van gemeenschap van goederen. Na echtscheiding vordert de vrouw afstorting van haar pensioenaanspraak die de man in eigen beheer via zijn vennootschap heeft opgebouwd. De vrouw heeft tijdig gebruik gemaakt van haar recht tot omzetting van pensioenrechten conform de Wet verevening pensioenrechten bij scheiding (Wvps).
De man weigert afstorting naar een externe verzekeraar, mede vanwege fiscale en bedrijfseconomische bezwaren. De rechtbank overweegt dat, gelet op een arrest van de Hoge Raad, van de vrouw niet kan worden gevergd dat haar pensioenaanspraak in de door de man beheerde vennootschap blijft na echtscheiding. Het belang van de vrouw bij veiligstelling van haar pensioen weegt zwaarder dan de belangen van de man.
De rechtbank veroordeelt de man tot afstorting van het bedrag van € 58.925,-- vermeerderd met 3% rente vanaf 2 juli 2003 binnen veertien dagen na beschikking. De afstorting kan plaatsvinden naar een onafhankelijke verzekeraar of, zolang de vrouw nog geen verzekeraar heeft gekozen, naar een derdenrekening bij Stichting Derdengelden Labee advocaten. De kosten van het geding worden door partijen zelf gedragen.
Uitkomst: Man wordt veroordeeld tot afstorting van geconverteerd pensioenbedrag met rente aan vrouw binnen veertien dagen.