ECLI:NL:RBUTR:2004:AQ9896
Rechtbank Utrecht
- Kort geding
- A.C. Quik-Schuijt
- Rechtspraak.nl
Bevoegdheid voorzieningenrechter bij dwangsom in omgangsregeling
In deze zaak heeft de vrouw de man in kort geding gedagvaard met betrekking tot een dwangsom bij de uitvoering van een omgangsregeling. De man heeft de relatieve onbevoegdheid van de rechtbank Utrecht ingeroepen, omdat volgens de dagvaardingsprocedure de rechtbank van de woonplaats van de gedaagde bevoegd is.
De voorzieningenrechter heeft de bevoegdheid onderzocht en gewezen op de hoofdregel van artikel 99 van Pro het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering, ondersteund door jurisprudentie van de Hoge Raad en het Hof Leeuwarden. Hoewel uitzonderingen mogelijk zijn voor zaken van beslag en executie of internationale zaken, acht de voorzieningenrechter deze niet van toepassing.
Daarom verklaart de voorzieningenrechter zich onbevoegd om van de zaak kennis te nemen en verwijst de zaak door naar de voorzieningenrechter van de rechtbank Haarlem, de rechtbank van de woonplaats van de gedaagde. Dit draagt bij aan de rechtszekerheid en voorkomt onduidelijkheid in spoedeisende procedures.
Uitkomst: De voorzieningenrechter verklaart zich onbevoegd en verwijst de zaak naar de rechtbank Haarlem.