ECLI:NL:RBUTR:2004:AQ9866
Rechtbank Utrecht
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Rangorde en geldigheid van pandrechten op inventaris en voorraden na faillissement
Deze civiele procedure betreft een geschil tussen de Coöperatieve Rabobank Neede en Omstreken (de Bank) en Renault Financiering B.V. over de geldigheid en rangorde van pandrechten op inventaris en voorraden van drie failliete vennootschappen: [naam] Neede, [naam] Haaksbergen en [naam] Winterswijk.
De Bank stelt dat haar pandrecht, gevestigd via een fiduciaire eigendomsoverdracht uit 1988 en later omgezet in een stil pandrecht, rechtsgeldig is en voorrang heeft boven het pandrecht van Renault, dat later is gevestigd. Renault betwist dit en stelt dat haar pandrecht prevaleert, mede op grond van verklaringen van afstand van de Bank en eerdere financieringsovereenkomsten.
De rechtbank oordeelt dat de pandakte van 1993 en verklaringen van 1991 en 1996 niet vernietigd kunnen worden wegens dwaling. De fiduciaire eigendomsoverdracht van de Bank betreft zowel huidige als toekomstige inventaris en voorraden, exclusief die gefinancierd door Renault. De omzetting in stil pandrecht per 1 januari 1992 is rechtsgeldig. De door Renault verkochte occasions zijn niet gefinancierd door Renault, zodat het pandrecht van de Bank daarop voorrang heeft. Voor [naam] Haaksbergen en [naam] Winterswijk geldt dat het pandrecht van de Bank eveneens rechtsgeldig is en prevaleert. Renault faalt in het bewijs van contractsovername voor [naam] Winterswijk.
De rechtbank verklaart voor recht dat het pandrecht van de Bank op de roerende zaken voorrang heeft en dat het saldo op de kwaliteitsrekening aan de Bank dient te worden uitbetaald. Renault wordt veroordeeld in de proceskosten.
Uitkomst: Het pandrecht van de Bank heeft voorrang op dat van Renault en het saldo op de kwaliteitsrekening wordt aan de Bank uitbetaald.