ECLI:NL:RBUTR:2004:AQ6504
Rechtbank Utrecht
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Vrijspraak huisarts wegens ontbreken opzet of schuld bij overlijden zuigeling
De rechtbank Utrecht behandelde de zaak van een huisarts die werd verdacht van het opzettelijk in hulpeloze toestand brengen van een twee weken oud meisje, M.Y., dat kort daarna overleed aan een aangeboren hartafwijking. De huisarts had het kind onderzocht en geconstateerd dat het ernstig ziek was, waarna zij de ouders verwees naar het Utrechts Medisch Centrum (UMC) met eigen vervoer. De ouders raakten onderweg verdwaald en het kind overleed voordat zij het ziekenhuis bereikten.
De rechtbank oordeelde dat er geen bewijs was dat de huisarts opzettelijk handelde om het kind in hulpeloze toestand te brengen. Ook was er geen sprake van schuld, omdat de huisarts de situatie niet als direct levensbedreigend had ingeschat, wat door deskundigen en collega-huisartsen werd bevestigd. De aangeboren hartafwijking gaf aanvankelijk klachten die leken op een infectieziekte, wat de inschatting van de huisarts verklaart.
De rechtbank concludeerde dat de huisarts niet afweek van de professionele standaard en dat er geen strafrechtelijke verwijtbaarheid bestond. De benadeelde partij werd niet-ontvankelijk verklaard in haar vordering omdat geen straf of maatregel werd opgelegd. De huisarts werd vrijgesproken van alle tenlastegelegde feiten.
Uitkomst: De huisarts wordt vrijgesproken van opzet en schuld bij het overlijden van de zuigeling.