ECLI:NL:RBUTR:2004:AP8635
Rechtbank Utrecht
- Eerste aanleg - meervoudig
- G. van Zeben
- A.M.M.E. Doekes
- H.F.M. van de Griendt
- Rechtspraak.nl
Ontslag van rechtsvervolging wegens ontoerekeningsvatbaarheid bij belaging en plaatsing in psychiatrisch ziekenhuis
De rechtbank Utrecht behandelde een zaak waarin verdachte werd beschuldigd van belaging gepleegd tussen 11 juni 2002 en 16 maart 2004. De verdediging voerde aan dat de klachttermijn was overschreden, maar dit werd door de rechtbank verworpen. Uit deskundigenrapporten bleek dat verdachte leed aan schizofrenie van het gedesorganiseerde type, met een massale waanstoornis die haar wils- en gedragskeuzes volledig bepaalde.
De rechtbank achtte het bewezen dat verdachte de belaging heeft gepleegd, maar nam de conclusies van twee deskundigen over dat verdachte volledig ontoerekeningsvatbaar was. Hierdoor werd verdachte ontslagen van alle rechtsvervolging. De rechtbank legde een maatregel op van gedwongen opname in een psychiatrisch ziekenhuis voor de duur van één jaar, gericht op behandeling en bescherming van de veiligheid.
De rechtbank motiveerde dat ondanks de psychiatrische stoornis, verdachte wel opzet had omdat zij bewust handelde met het oogmerk om het slachtoffer iets niet te laten doen. De klachttermijn werd correct toegepast op de gehele periode van het bewezenverklaarde feit. De maatregel is opgelegd op grond van artikel 37 Sr Pro, artikel 285b Sr en artikel 164 Sv Pro.
Uitkomst: Verdachte wordt ontslagen van alle rechtsvervolging en geplaatst in een psychiatrisch ziekenhuis voor één jaar.