ECLI:NL:RBUTR:2004:AO3532
Rechtbank Utrecht
- Kort geding
- Rechtspraak.nl
Afwijzing vordering tot verhoging dwangsom en verstrekking nadere informatie door UMC
In deze zaak vordert L2BH in kort geding een verhoging van de dwangsom die aan het UMC was opgelegd bij een eerder vonnis, alsmede aanvullende informatie over de contacten tussen UMC en FCM. Het UMC betwist dat het in gebreke is gebleven en stelt dat het aan de veroordeling heeft voldaan.
De voorzieningenrechter beoordeelt primair of het UMC tekort is geschoten in de nakoming van het vonnis van 2 december 2003. Hoewel L2BH stelt dat geen overzichtelijke lijsten zijn verstrekt en dat cruciale stukken ontbreken, oordeelt de rechter dat uit de door UMC verstrekte bundel documenten voldoende informatie kan worden afgeleid. De informatieplicht van UMC strekt slechts tot gegevens die dienstig zijn voor L2BH om de gevolgen van de aanspraken van FCM en de reactie van UMC daarop in te schatten.
De rechter concludeert dat L2BH op basis van de ontvangen stukken haar positie voldoende kan inschatten en dat UMC niet in gebreke is gebleven. De gevorderde verhoging van de dwangsom en de aanvullende informatie worden daarom afgewezen. L2BH wordt veroordeeld in de kosten van het geding.
Uitkomst: De vordering tot verhoging van de dwangsom en verstrekking van aanvullende informatie wordt afgewezen omdat UMC aan het eerdere vonnis heeft voldaan.