ECLI:NL:RBUTR:2004:AO2546
Rechtbank Utrecht
- Kort geding
- Rechtspraak.nl
Verbod op gebruik handelsnaam en concurrentiebeding gerechtsdeurwaardersbedrijf
De oprichter van een gerechtsdeurwaarders- en incassobureau heeft zijn aandelen verkocht aan zijn medevennoot, waarna conflicten ontstonden over het gebruik van de handelsnaam en concurrentiebedingen. Eiseressen vorderden onder meer een verbod voor de oprichter om gerechtsdeurwaardersdiensten te verlenen onder een handelsnaam met zijn familienaam en naleving van concurrentie- en standplaatsbedingen.
De voorzieningenrechter oordeelde dat het recht op de handelsnaam met het kenmerkende element van de familienaam bij de vennootschap ligt en niet bij de oprichter, die dit recht verloor door inbreng van zijn onderneming in de vennootschap. Het verbod op het gebruik van de handelsnaam werd toegewezen aan de oprichter en zijn holding, met een gematigde dwangsom.
Verder werd geoordeeld dat het concurrentiebeding in de akte rechtsgeldig is en dat de oprichter en zijn holding zich hieraan moeten houden, met een verbod op concurrerende activiteiten zonder toestemming en een dwangsom bij overtreding. Het standplaatsbeding werd eveneens toegewezen. De vorderingen tegen de vennootschap van de zoon en de werknemer werden afgewezen wegens onvoldoende belang of nietigheid van het concurrentiebeding. De proceskosten werden verdeeld tussen partijen.
Uitkomst: Oprichter en holding verboden gerechtsdeurwaardersdiensten te verlenen onder handelsnaam met familienaam en opgelegd concurrentie- en standplaatsbeding met dwangsommen.