ECLI:NL:RBUTR:2003:AO0069
Rechtbank Utrecht
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Rechtbank oordeelt over debitering rekening-courant bij vals geld en bewijsopdracht bank
De Rabobank en [gedaagde] sloten een rekening-courant overeenkomst waarbij [gedaagde] meerdere stortingen in Bahreinse Dinars (BHD) deed. De Rabobank crediteerde zijn rekening met de tegenwaarde in euro's. Later debiteerde de bank het saldo wegens valsheid van de BHD, gebaseerd op een verklaring van Travalex en de Deutsche Bundesbank.
[Gedaagde] betwist de valsheid van de biljetten en stelt dat de Rabobank haar rechten heeft verwerkt door niet tijdig te protesteren en onvoldoende informatie te verstrekken over de controleprocedure. De Rabobank beroept zich op haar algemene voorwaarden en stelt dat zij de biljetten tijdig heeft laten controleren en geprotesteerd.
De rechtbank oordeelt dat de Rabobank niet verplicht is haar cliënten uitdrukkelijk te informeren over de controleprocedure en dat de risico's van incourante valuta voor rekening van de cliënt zijn. De bank had de biljetten van 25 juli 2002 binnen een redelijke termijn gecontroleerd en geprotesteerd, maar niet die van 20 en 21 juni 2002, waardoor de Rabobank haar rechten voor die stortingen heeft verwerkt.
De Rabobank krijgt de gelegenheid te bewijzen dat alle op 25 juli gestorte BHD vals waren. Indien dit bewijs slaagt, kan zij een deel van haar vordering verrekenen; zo niet, dan wordt haar vordering afgewezen en die van [gedaagde] toegewezen. De verdere beoordeling wordt aangehouden.
Uitkomst: De rechtbank houdt de zaak aan voor bewijslevering over de valsheid van de biljetten en verdere beoordeling.