ECLI:NL:RBUTR:2003:AN9169
Rechtbank Utrecht
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- A.C. Quik-Schuijt
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek tot vervangende toestemming voor wijziging verblijf minderjarige in pleeggezin
Bureau Jeugdzorg Utrecht verzocht op 7 juli 2003 om vervangende toestemming om de verblijfplaats van een 15-jarige minderjarige te wijzigen. De minderjarige woont sinds haar geboorte bij haar pleegmoeder. De voogdij-instelling wilde haar weghalen vanwege spanningen binnen het pleeggezin en vermeende onveiligheid.
Tijdens de zitting op 18 september 2003 werd vastgesteld dat de spanningen vooral bestonden tussen de pleegmoeder en de andere pleegdochter, en tussen de pleegmoeder en de pleegzorgvoorziening. Er was geen bewijs dat de minderjarige in haar ontwikkeling werd bedreigd. De minderjarige zelf en haar pleegmoeder spraken zich uit voor voortzetting van de plaatsing.
De kinderrechter oordeelde dat het belang van het kind leidend is en dat het weghalen uit het pleeggezin niet gerechtvaardigd is. De voogdij-instelling kon geen redenen aandragen die een uithuisplaatsing zouden rechtvaardigen. Het verzoek tot vervangende toestemming werd daarom afgewezen en de beschikking geldt voor zes maanden, met mogelijkheid tot verlenging.
Uitkomst: Het verzoek tot vervangende toestemming tot wijziging van het verblijf van de minderjarige in het pleeggezin wordt afgewezen.