ECLI:NL:RBUTR:2003:AK3475
Rechtbank Utrecht
- Eerste aanleg - meervoudig
- A.H. Weijsenfeld
- M.L. van der Bel
- F.M.D. Aardema
- Rechtspraak.nl
Veroordeling poging tot diefstal met geweld en afpersing met dodelijke afloop
Op 21 december 2002 hebben verdachte en zijn medeverdachten in een woning te De Meern op geraffineerde wijze geprobeerd het slachtoffer van een groot geldbedrag te beroven. Er was sprake van nauwe samenwerking, waarbij één medeverdachte een vuurwapen gebruikte en meerdere keren schoot. Het slachtoffer werd door één of meer kogels dodelijk getroffen.
De rechtbank oordeelde dat het bewezen was dat verdachte deelnam aan het plan en de poging tot diefstal met geweld en afpersing. De verdediging voerde onder meer aan dat verdachte niet op de hoogte was van het vuurwapen en dat sprake was van noodweer, maar deze verweren werden verworpen. Er was geen sprake van noodweer of noodweerexces.
De rechtbank hield rekening met de ernst van het feit, de nauwe samenwerking, het gebruik van zwaar geweld en het feit dat het slachtoffer op brute wijze om het leven is gebracht. Verdachte had een eerdere veroordeling voor wapens en munitie. Gezien deze omstandigheden legde de rechtbank een gevangenisstraf van 6 jaar op, met aftrek van het voorarrest.
Daarnaast werd verdachte vrijgesproken van een ander ten laste gelegd feit en werd de teruggave van inbeslaggenomen goederen gelast. De uitspraak werd gedaan op 12 september 2003 door de meervoudige kamer van de rechtbank Utrecht.
Uitkomst: Verdachte is veroordeeld tot 6 jaar gevangenisstraf voor poging tot diefstal met geweld en afpersing met dodelijke afloop.