ECLI:NL:RBUTR:2003:AI1636
Rechtbank Utrecht
- Eerste aanleg - meervoudig
- H.M.M. Steenberghe
- Van Binsbergen
- Dijkhuis-Pavicevic
- Rechtspraak.nl
Beoordeling verrekening overgespaard inkomen en vermogensbestanddelen bij echtscheiding
Partijen zijn gehuwd onder huwelijkse voorwaarden zonder gemeenschap van goederen. De woning van de man was vóór het huwelijk aangeschaft en opgenomen als aanbrengsel, waardoor de overwaarde niet voor verrekening in aanmerking komt. De rechtbank bevestigt dat alleen vermogen en inkomen verkregen tijdens de verrekenplicht verrekend worden.
De vrouw vordert verrekening van overwaarde en levensverzekeringen, terwijl de man dit betwist. De rechtbank oordeelt dat de overwaarde van de woning niet verrekend wordt, maar dat bijdragen uit overgespaard inkomen aan hypotheekaflossing en verbouwing wel vergoed moeten worden. Ook levensverzekeringen gefinancierd uit overgespaard inkomen behoren tot het verrekenbare vermogen.
De peildatum voor waardebepaling van polissen is het moment van feitelijk uiteengaan, 30 april 1998. De vrouw moet bewijzen dat de effectenportefeuille is opgebouwd uit een schenking van haar ouders om verrekening daarvan te voorkomen. De rechtbank gelast een comparitie om verdere geschilpunten te bespreken en bewijslevering mogelijk te maken.
Uitkomst: De rechtbank wijst de primaire vordering af en gelast bewijslevering en comparitie voor verdere afwikkeling.