ECLI:NL:RBUTR:2003:AH8915
Rechtbank Utrecht
- Eerste aanleg - meervoudig
- J.R. Krol
- F.D.M. Aardema
- N.J. van Weelden-de Ruijter
- Rechtspraak.nl
Veroordeling medeplegen uitvoer grote hoeveelheid cocaïne
De rechtbank Utrecht heeft op 1 juli 2003 uitspraak gedaan in een zaak tegen verdachte die zich in de periode van oktober 2002 tot maart 2003 samen met anderen schuldig heeft gemaakt aan de uitvoer van een grote hoeveelheid cocaïne. Verdachte gebruikte een vrachtwagen waarin de cocaïne in een gereedschapskist was verstopt om de drugs vanuit Nederland naar Groot-Brittannië te vervoeren.
De rechtbank achtte wettig en overtuigend bewezen dat verdachte medepleegde in het handelen in strijd met de Opiumwet met betrekking tot cocaïne. Verdachte werd echter vrijgesproken van de tenlastelegging omtrent XTC-pillen, omdat niet was vastgesteld dat deze pillen de verboden stoffen MDMA en/of MDEA bevatten.
Bij de strafoplegging hield de rechtbank rekening met de ernst van de feiten, de gezondheidsrisico's van cocaïne, de maatschappelijke impact van de drugshandel en het feit dat verdachte slechts eenmaal een geringe beloning ontving. Ook werd meegewogen dat verdachte niet eerder met justitie in aanraking was geweest. De rechtbank legde een gevangenisstraf op van 30 maanden, waarvan 6 maanden voorwaardelijk met een proeftijd van twee jaar.
Daarnaast werd de teruggave gelast van inbeslaggenomen goederen, zoals een rugzak en twee mobiele telefoons. De tijd die verdachte in voorlopige hechtenis had doorgebracht, werd in mindering gebracht op de opgelegde straf.
Uitkomst: Verdachte is veroordeeld tot 30 maanden gevangenisstraf, waarvan 6 maanden voorwaardelijk, wegens medeplegen van uitvoer van grote hoeveelheid cocaïne.