ECLI:NL:RBUTR:2002:AE7146
Rechtbank Utrecht
- Eerste aanleg - meervoudig
- H.J. Schepen
- P.K. Nihot
- J.W. van Rijkom
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid verzoek tot wraking na mondeling vonnis in kort geding ouderlijk gezag
In deze zaak heeft verzoeker een wrakingsverzoek ingediend tegen mr. [x], de rechter in een kort gedingprocedure over de afgifte van minderjarige kinderen aan hun moeder na echtscheiding. Het verzoek tot wraking werd gedaan na de mondelinge behandeling van het kort geding, maar voordat het schriftelijke vonnis beschikbaar was.
De rechtbank oordeelde dat mr. [x] op de zitting mondeling het vonnis had gewezen door uitdrukkelijk te verklaren dat de kinderen aan de moeder moesten worden teruggegeven. Dit mondelinge vonnis werd als bindend beschouwd, ook al was het schriftelijke vonnis pas later opgesteld en verzonden. Omdat de wet geen mogelijkheid biedt om wraking te verzoeken nadat de behandeling van de zaak is geëindigd door het wijzen van vonnis, werd het verzoek niet-ontvankelijk verklaard.
Daarnaast heeft verzoeker aangevoerd dat mr. [x] niet onpartijdig zou zijn geweest en onvoldoende aandacht had gegeven aan hoor en wederhoor. De rechtbank vond deze klachten onvoldoende onderbouwd en zag geen aanwijzingen voor partijdigheid. Ook de verwijzingen naar televisieoptredens van mr. [x] en vermeende onjuiste uitgangspunten werden niet als zwaarwegend erkend. Het verzoek tot wraking zou bij ontvankelijkheid alsnog zijn afgewezen.
De rechtbank concludeerde dat het wrakingsverzoek te laat was ingediend en dat mr. [x] niet onpartijdig had gehandeld. Verzoeker werd niet ontvankelijk verklaard in zijn verzoek tot wraking.
Uitkomst: Verzoeker is niet ontvankelijk verklaard in zijn verzoek tot wraking omdat het verzoek na het mondelinge vonnis werd ingediend.