ECLI:NL:RBUTR:2002:AE7055

Rechtbank Utrecht

Datum uitspraak
30 augustus 2002
Publicatiedatum
4 april 2013
Zaaknummer
16/028597-01
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - meervoudig
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 261 Sv
Verwijzingen
1 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Nietigheid dagvaarding wegens onvoldoende feitelijke omschrijving ontuchtige afbeeldingen

Aan verdachte werd ten laste gelegd dat hij in bezit was van foto's en/of digitale afbeeldingen van ontuchtige handelingen met minderjarige personen. De dagvaarding bevatte echter slechts juridische kwalificaties zonder een concrete feitelijke omschrijving van de inhoud van deze afbeeldingen.

De raadsman voerde aan dat de dagvaarding nietig moest worden verklaard wegens onvoldoende duidelijkheid over de feitelijke inhoud van de tenlastelegging. De rechtbank overwoog dat de dagvaarding niet voldeed aan de eisen van artikel 261 Wetboek Pro van Strafvordering, omdat de feitelijke inhoud van de afbeeldingen niet was aangeduid en de omschrijvingen te algemeen waren.

Daarom verklaarde de rechtbank de dagvaarding nietig, hief het bevel tot voorlopige hechtenis op en beval de onmiddellijke invrijheidstelling van verdachte. Het vonnis werd uitgesproken door de meervoudige kamer van de rechtbank Utrecht op 30 augustus 2002.

Uitkomst: De dagvaarding is nietig verklaard wegens onvoldoende feitelijke omschrijving, voorlopige hechtenis opgeheven en verdachte onmiddellijk vrijgelaten.

Uitspraak

RECHTBANK TE UTRECHT
Parketnummer: 16/028597-01
Datum: 30 augustus 2002
Tegenspraak
Raadsman: mr. M.Th.M. Zumpolle
V O N N I S
van de rechtbank te Utrecht, meervoudige kamer voor strafzaken, in de zaak tegen:
(verdachte)
Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting van 27 augustus 2002.
1. De tenlastelegging
Aan de verdachte is ten laste gelegd wat in de dagvaarding is omschreven. Een kopie van die dagvaarding is als bijlage I aan dit vonnis gehecht. De inhoud daarvan geldt als hier ingevoegd.
2. De geldigheid van de dagvaarding
De raadsman heeft ter terechtzitting betoogd dat de dagvaarding nietig is, aangezien de ontuchtige handelingen onvoldoende feitelijk c.q. onvoldoende duidelijk in de dagvaarding omschreven zijn.
De rechtbank overweegt ten aanzien van dit verweer dat de tenlastelegging niet aan de in artikel 261 Wetboek Pro van Strafvordering gestelde eis van opgave van het feit voldoet. De dagvaarding bestaat slechts uit juridische kwalificaties van de afbeeldingen die onder verdachte in beslag zijn genomen. Uit de dagvaarding blijkt niet wat de feitelijke inhoud van deze afbeeldingen is. De omschrijvingen onder de verschillende gedachtestreepjes zijn daartoe te algemeen.
Slechts de vermelding in de tenlastelegging dat sprake was van foto's en/of digitale afbeeldingen van ontuchtige handelingen met een of meer (naakte en/of deels naakte) personen die kennelijk de leeftijd van zestien jaren nog niet hadden bereikt, zonder dat de feitelijke inhoud van die opnamen of afbeeldingen is aangeduid, brengt met zich mee dat het tenlastelegde feit niet voldoende feitelijk is omschreven.
De rechtbank is dan ook van oordeel dat de dagvaarding nietig is.
3. DE BESLISSING:
De rechtbank verklaart de dagvaarding van de verdachte nietig.
Heft het bevel tot voorlopige hechtenis van verdachte op en beveelt zijn onmiddellijke invrijheidstelling.
Dit vonnis is gewezen door:
mr. J.R. Krol, voorzitter en mrs. H. Phaff en L.M.G. de Weerd, rechters, bijgestaan door mr. M.A. van Loon als griffier en uitgesproken op de openbare terechtzitting van deze rechtbank van
30 augustus 2002.