ECLI:NL:RBUTR:2002:AE4284

Rechtbank Utrecht

Datum uitspraak
3 april 2002
Publicatiedatum
4 april 2013
Zaaknummer
139435 FA RK 01-6487
Instantie
Rechtbank Utrecht
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Rechters
  • A.E. Olthuis
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 1:198 BWArt. 1:199 BWArt. 1:227 lid 3 BWArt. 1:253 sa BW
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Toewijzing adoptie en gezagsregeling bij geboorte tijdens huwelijk van verzoekster en moeder

Verzoekster heeft op 14 december 2001 een verzoek tot adoptie ingediend van een minderjarig kind geboren in 2001. Tevens is verzocht om gezamenlijk ouderlijk gezag toe te kennen aan verzoekster en de moeder. De behandeling vond plaats in besloten zittingen op 15 februari en 27 maart 2002.

Uit de stukken en zitting blijkt dat aan de wettelijke voorwaarden voor adoptie is voldaan en dat adoptie in het belang van het kind is. De rechtbank wijst het adoptieverzoek toe. Omdat het kind tijdens het huwelijk van verzoekster en moeder is geboren, zijn zij gezamenlijk met het gezag belast. Het verzoek om dit te bevestigen wordt afgewezen wegens gebrek aan belang.

De zwangerschap is tot stand gekomen met donorzaad, waarbij de donor bekend is en schriftelijk instemt met het adoptieverzoek. De wet van 4 oktober 2001, die op 1 januari 2002 in werking trad, regelt dat bij geboorte tijdens geregistreerd partnerschap of huwelijk automatisch gezamenlijk gezag ontstaat. De rechtbank bevestigt dat deze wet ook terugwerkende kracht heeft voor de situatie van dit kind.

De adoptie wordt uitgesproken en het kind behoudt de geslachtsnaam. De beschikking is gegeven door kinderrechter A.E. Olthuis op 3 april 2002.

Uitkomst: Adoptie van het kind door verzoekster wordt toegewezen en gezamenlijk gezag van verzoekster en moeder bevestigd.

Uitspraak

Rechtbank Utrecht
BESCHIKKING
van de enkelvoudige kamer voor de behandeling van burgerlijke zaken, in de zaak van:
[verzoekster]
wonende te [plaats]
en
[de moeder]
wonende te [plaats],
procureur: mr. B.Th.L.M. Wijte.
1. Verloop van de procedure
Verzoekster heeft op 14 december 2001 ter griffie van deze rechtbank een verzoekschrift ingediend dat strekt tot adoptie door verzoekster van de minderjarige:
[het kind], geboren op [datum] 2001 te [plaats].
Verzoekster en de moeder hebben tevens verzocht te bepalen dat verzoekster en de moeder met het ouderlijk gezag over de minderjarige zijn belast.
De behandeling van de zaak is ter terechtzitting met gesloten deuren van 15 februari 2002 aangehouden, waarvan proces-verbaal is opgemaakt.
De behandeling is voortgezet ter terechtzitting met gesloten deuren van 27 maart 2002.
2. Vaststaande feiten
- Verzoekster en de moeder van het kind voeren sinds 1 januari 1995 een gezamenlijke huishouding.
Zij hebben sinds [datum] 1998 een geregistreerd partnerschap.
Dit partnerschap is op [datum] 2001 omgezet in een huwelijk.
- De minderjarige is op [datum] 2001, en dus tijdens het huwelijk van de verzoekster en de moeder geboren.
De zwangerschap is tot stand gekomen door donorzaad.
De donor is bekend.
3. Beoordeling van het verzochte
3.1. verzoek tot adoptie
Blijkens de overgelegde stukken en het verhandelde ter terechtzitting van 15 februari 2002 staat vast dat aan de voor adoptie gestelde voorwaarden is voldaan en dat de adoptie in het kennelijk belang van het kind is.
De voorwaarde van artikel 227 lid Pro 3, 2e zinsdeel BW dat thans vast staat en voor de toekomst redelijkerwijs is te voorzien dat het kind niets meer van de ouder
in de hoedanigheid van ouder te verwachten heeft is in deze situatie niet van toepassing, omdat van een ouder in de zin van de wet (art. 1:198 en Pro 1:199 BW) ingeval van een donor geen sprake is.
Een en ander neemt niet weg dat de donor belanghebbende kan zijn en als zodanig recht kan hebben om gehoord te worden in de procedure.
Nu de donor, blijkens zijn schriftelijke verklaring d.d. 1 maart 2002, instemt met het verzoek en er ook overigens geen feiten of omstandigheden naar voren zijn gekomen op grond waarvan de donor zou moeten worden opgeroepen, kan een oproep aan de donor om gehoord te worden achterwege blijven.
Het verzoek van [verzoekster] strekkende tot adoptie van de minderjarige ligt, op grond van hetgeen hiervoor is overwogen, voor toewijzing gereed.
.2. verzoek ten aanzien van het gezag.
Naar aanleiding van het verzoek ligt thans de vraag voor of er aan de inwerking-
treding van de wet van 4 oktober 2001, inwerking getreden op 1 januari 2002, terugwerkende kracht kan worden toegekend.
Bij deze wet wordt in artikel 1:253 sa Pro BW geregeld dat bij geboorte van een kind tijdens geregistreerd partnerschap/huwelijk van rechtswege gezamenlijk gezag ontstaat.
De vraag is of door inwerkingtreding van de wet gezamenlijk gezag ontstaat voor alle ouders samen met hun echtgenoot of geregistreerde partner, tijdens wier relatie een kind is geboren.
Gelet op de duidelijk algemeen gestelde formulering van de wet moet deze vraag bevestigend beantwoord worden.
Nu de minderjarige is geboren staande het huwelijk van de moeder en verzoekster, zijn de moeder en verzoekster gezamenlijk met het gezag over de minderjarige bekleed.
De rechtbank zal dat verzoek dan ook, bij gebrek aan belang, afwijzen.
4. Beslissing
De rechtbank spreekt de adoptie uit van:
[het kind], geboren op [datum] 2001 te [plaats],
door [verzoekster], geboren op [geboortedatum] te [geboorteplaats].
De minderjarige zal de geslachtsnaam [naam] behouden.
Wijst af het meer of anders verzochte.
Deze beschikking is gegeven door mr. A.E. Olthuis, kinderrechter,
in tegenwoordigheid van G.J. Vermeulen, griffier, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 3 april 2002.