ECLI:NL:RBUTR:2002:AD9306
Rechtbank Utrecht
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beoordeling bestuurlijke boete wegens niet voldoen aan inburgeringsplicht ondanks psychische klachten
Eiseres kreeg een bestuurlijke boete opgelegd wegens het niet voldoen aan de meldingsplicht voor een inburgeringsonderzoek, zoals voorgeschreven in de Wet inburgering nieuwkomers (WIN). Na eerdere waarschuwingen en een eerste boete, weigerde zij opnieuw mee te werken aan het inburgeringsonderzoek, waarop een tweede, hogere boete werd opgelegd. Eiseres voerde aan dat psychische klachten haar deelname belemmerden en dat zij niet tijdig de mogelijkheid had gekregen om ontheffing te vragen.
De rechtbank oordeelde dat de aangevoerde psychische klachten onvoldoende waren onderbouwd en dat deze klachten niet reeds vanaf november 1998 bestonden of meewerkten aan de weigering. Ook was niet aannemelijk dat verweerder het ontheffingsformulier niet had verstrekt. De rechtbank stelde vast dat eiseres pas na de tweede boete bezwaar maakte en ontheffing vroeg, maar dit verzoek later introk en zich alsnog aanmeldde voor het onderzoek.
Verder werd geoordeeld dat verweerder de hoogte van de boete passend had afgestemd op de ernst van het feit, de omstandigheden en de verwijtbaarheid. De termijn van bijna elf maanden tussen bezwaar en besluit was niet onredelijk in de zin van het EVRM. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en handhaafde de boete.
Uitkomst: De rechtbank verklaart het beroep ongegrond en handhaaft de bestuurlijke boete wegens het niet voldoen aan de inburgeringsplicht.