ECLI:NL:RBUTR:2002:AD8835

Rechtbank Utrecht

Datum uitspraak
4 februari 2002
Publicatiedatum
4 april 2013
Zaaknummer
16/210053-02
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Rechters
  • Meertens-Zeeman
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 36 Gezondheids- en Welzijnswet voor DierenArt. 37 Gezondheids- en Welzijnswet voor DierenArt. 7 lid 3 Verordening Identificatie en Registratie RunderenArt. 7 lid 1 Verordening Identificatie en Registratie Schapen en GeitenArt. 552a Wetboek van Strafvordering
Verwijzingen
2 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Beschikking inzake inbeslagname dieren wegens overtreding dierenwelzijnswetgeving

De rechtbank Utrecht behandelde het klaagschrift van Stichting Hof van E. tegen de inbeslagname van haar dieren op grond van vermoedelijke overtredingen van de Gezondheids- en Welzijnswet voor Dieren en identificatieverordeningen. Op 18 december 2001 werden 23 runderen, 23 schapen/geiten, 20 varkens en 208 stuks pluimvee in beslag genomen.

De officier van justitie was voornemens om de verbeurdverklaring of onttrekking aan het verkeer van de dieren te vorderen. De rechtbank oordeelde dat het niet onwaarschijnlijk is dat een strafrechter deze maatregel zal bevestigen, waardoor teruggave aan klaagster niet opportuun is.

Gezien eerdere veroordelingen van klaagster en adviezen van deskundigen achtte de rechtbank de inbeslagname proportioneel en subsidiariteit niet geschonden. Tevens werd rekening gehouden met de vervoersregelgeving voor varkens, die vernietiging voorschrijft. De rechtbank verklaarde het beklag ongegrond en handhaafde de beslaglegging.

Uitkomst: Het beklag tegen de inbeslagname van de dieren wordt ongegrond verklaard en de beslaglegging blijft gehandhaafd.

Uitspraak

RECHTBANK TE UTRECHT
Parketnummer : 16/210053-02
Rekestnummer : 01/696
B E S C H I K K I N G
De rechtbank te Utrecht, enkelvoudige raadkamer in strafzaken;
gezien het klaagschrift op grond van artikel 552a van het Wetboek van Strafvordering, ingediend namens:
Stichting Hof van E., hierna te noemen klaagster,
gezien de stukken en gelet op het onderzoek, dat in het openbaar heeft plaatsgevonden in raadkamer van 21 januari 2002, waarbij zijn gehoord de officier van justitie en de door klaagster gevolmachtigde raadsvrouwe mr. C.H. Dijkstra.
Overweegt:
Wegens verdenking van overtreding van de artikelen 36 en 37 van de Gezondheids- en Welzijnswet voor Dieren, artikel 7 lid 3 van Pro de Verordening Identificatie en Registratie Runderen en artikel 7 lid 1 van Pro de Verordening Identificatie en Registratie Schapen en Geiten zijn onder klager op 18 december 2001 in beslag genomen o.a. aan haar toebehorende levende have, te weten:
23 runderen
23 schapen/geiten
20 varkens en
208 stuks pluimvee
De officier van justitie heeft in raadkamer verklaard voornemens te zijn ter terechtzitting de verbeurdverklaring dan wel de onttrekking aan het verkeer van voornoemde dieren te vorderen.
De rechter is, gelet op de stukken en het verhandelde in raadkamer en gelet op recente eerdere veroordelingen van klaagster (betrekking hebbend op de inrichting van klaagster en het welzijn van de daar verblijvende dieren), alsmede in aanmerking genomen de waarschuwingen en adviezen haar gegeven van de kant van het bevoegd gezag en van terzake dieren(arts)deskundigen, van voorlopig oordeel dat de inbeslagname van de dieren en het voortduren daarvan niet in strijd is met beginselen van proportionaliteit of subsidiariteit, dan wel in strijd met beginselen van een behoorlijke strafrechtspleging.
Dit voorlopig oordeel wordt niet anders als mede in aanmerking wordt genomen dat de officier van justitie op grond van de stringente vervoersregelgeving met betrekking tot varkens de opdracht heeft gegeven tot vernietiging daarvan.
Voorts is de rechter van oordeel dat het niet hoogst onwaarschijnlijk is dat een strafrechter, later oordelend, de inbeslaggenomen dieren zal verbeurd verklaren dan wel onttrekken aan het verkeer, zodat het belang van de strafvordering zich thans verzet tegen teruggave van genoemd dieren aan klaagster.
Beslist:
Verklaart het beklag ongegrond.
Deze beschikking is gewezen door mr Meertens- Zeeman, in tegenwoordigheid van mr Bootsma als griffier
en uitgesproken ter openbare zitting van de enkelvoudige raadkamer in deze rechtbank van 4 februari 2002.