ECLI:NL:RBUTR:2001:AD4055
Rechtbank Utrecht
- Kort geding
- G.A.M.E. van der Burg-van Geest
- Rechtspraak.nl
Vordering tot ontruiming van woning door volwassen zoon wegens onhoudbare woonsituatie
De ouders hebben een kort geding aangespannen tegen hun 43-jarige zoon die bij hen inwoont, met het verzoek hem te veroordelen de woning te verlaten en te ontruimen. De ouders stelden dat de situatie in huis onhoudbaar is door het gedrag van de zoon, waaronder het niet naleven van huishoudafspraken, verstoring van de rust door overmatig alcoholgebruik en het feit dat er ook jonge kinderen in de woning verblijven. De politie moest reeds eenmaal ingrijpen en de ouders gebruiken kalmerende middelen vanwege de emotionele belasting.
De zoon erkende dat het beter zou zijn dat hij of zijn broer met gezin elders gaat wonen, maar betoogde dat het huis overbewoond is en dat alle bewoners hebben bijgedragen aan de situatie. Hij stelde dat hij door zijn gezondheidstoestand en de huidige kamermarkt moeilijk zelfstandig woonruimte kan vinden en vreest dakloos te worden. De rechtbank achtte het voldoende aannemelijk dat de situatie onhoudbaar is en dat het spoedeisend belang van de ouders vaststaat.
Bij belangenafweging gaf de rechtbank de voorkeur aan de ouders, die als eigenaren recht hebben op rustig woongenot. Van de zoon kan worden verlangd dat hij op zoek gaat naar zelfstandige woonruimte, waarbij hulp geboden kan worden. De rechtbank veroordeelde de zoon om uiterlijk 1 december 2001 de woning te verlaten en machtigde de ouders om bij de uitvoering politie in te schakelen. De kosten van het geding werden ieder voor eigen rekening gelaten.
Uitkomst: De zoon is veroordeeld om uiterlijk 1 december 2001 de woning te verlaten en te ontruimen.