ECLI:NL:RBUTR:2001:AD3878
Rechtbank Utrecht
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- J.M. Sijbrandij
- Rechtspraak.nl
Ontzegging omgangsrecht vader wegens psychische belasting moeder en kind
De vader verzocht bij de rechtbank Utrecht om vaststelling van een omgangsregeling met zijn minderjarige zoon. De moeder verzette zich hiertegen. De Raad voor de Kinderbescherming bracht twee schriftelijke rapporten uit, waarin werd aangegeven dat de omgang mogelijk ernstig nadeel zou opleveren voor de geestelijke en lichamelijke ontwikkeling van het kind, niet door de omgang zelf, maar door de spanningen die dit bij de moeder zou veroorzaken.
De rechtbank overwoog dat het recht op omgang volgens artikel 1:377a BW kan worden ontzegd indien dit ernstig nadeel oplevert voor het kind. Gezien de labiele situatie van de moeder en haar beperkte psychische en intellectuele mogelijkheden, achtte de rechtbank het risico op psychische schade bij moeder en kind zodanig dat omgang ontzegd moest worden.
De moeder was niet bereid mee te werken aan het onderzoek van de Raad voor de Kinderbescherming, waardoor geen definitief advies kon worden uitgebracht. De rechtbank benadrukte dat het ontbreken van omgang ook nadelig kan zijn voor het kind, en legde verantwoordelijkheden bij beide ouders om het contact op een andere wijze te onderhouden.
De rechtbank stelde een informatieregeling vast waarbij de moeder de vader ten minste eenmaal per kwartaal schriftelijk informeert over belangrijke zaken omtrent het kind, inclusief recente foto's en toestemming voor schoolinformatie. De omgangsontzegging is uitvoerbaar bij voorraad en het overige verzoek werd afgewezen.
Uitkomst: De rechtbank ontzegt de vader het recht op omgang met zijn zoon vanwege psychische belasting bij de moeder, maar stelt een informatieregeling vast.