ECLI:NL:RBUTR:2001:AD3492
Rechtbank Utrecht
- Eerste aanleg - meervoudig
- J.M. Sijbrandij
- P.K. Ruts-Houtman
- C.M. Wiertz-Wezenbeek
- Rechtspraak.nl
Vaststelling woon- en verblijfplaats minderjarige bij moeder met gezag
De rechtbank Utrecht behandelde op 7 september 2001 een verzoek van de moeder om een declaratoire uitspraak over de woon- en verblijfplaats van hun minderjarige dochter. De moeder oefent het ouderlijk gezag uit en de vader is niet verschenen noch heeft verweer gevoerd. De minderjarige heeft de Nederlandse en Italiaanse nationaliteit en is geboren in Italië.
De feiten betreffen onder meer het huwelijk van partijen in Italië in 1996, verhuizingen naar Curaçao en Italië, en de ontvoering van de minderjarige door de vader in 1998 zonder toestemming van de moeder. Diverse buitenlandse uitspraken bevestigen het gezag van de moeder en bevelen de afgifte van het kind aan haar.
De rechtbank oordeelt dat de woon- en verblijfplaats van de minderjarige bij de moeder is en beveelt dat het kind aan haar wordt afgegeven, zo nodig met behulp van de sterke arm. Het verzoek tot veroordeling van de vader tot kostenbetaling is ingetrokken, en partijen dragen ieder hun eigen proceskosten.
Uitkomst: De rechtbank stelt vast dat de minderjarige woonachtig is bij de moeder en beveelt haar afgifte aan de moeder, zo nodig met inzet van de sterke arm.