ECLI:NL:RBUTR:2001:AB2234
Rechtbank Utrecht
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- J.M. Sijbrandij
- Rechtspraak.nl
Vaststelling kinderalimentatie bijdrage na echtscheiding met inkomensstijging
De vrouw heeft een verzoek ingediend om de bijdrage van de man in de kosten van verzorging en opvoeding van hun minderjarige kind vast te stellen op ƒ 550 per maand. De man heeft zich hiertegen verweerd en aangevoerd dat dit bedrag de werkelijke kosten van het kind overschrijdt, dat ook de vrouw een deel van de kosten moet dragen en dat het bedrag zijn draagkracht te boven gaat.
De rechtbank overweegt dat het huidige netto-inkomen van de man, ongeveer ƒ 3.300 per maand, hoger is dan het gezinsinkomen ten tijde van het huwelijk, toen beide partijen werkloos waren. Daarom moet het huidige inkomen van de man als maatstaf dienen voor de behoefte van het kind, waarbij niet beide inkomens worden opgeteld om een onrealistisch welvaartsniveau te voorkomen.
De rechtbank begroot de kosten van verzorging en opvoeding van het kind op ongeveer ƒ 490 per maand. De kosten worden verdeeld in 58% voor de man en 42% voor de vrouw, conform de stellingen van de vrouw die niet door de man zijn weersproken. Dit leidt tot een bijdrage van ƒ 284 per maand door de man.
De rechtbank wijzigt de eerdere beschikking van 6 december 1995 en legt de man op vanaf 23 maart 2001 deze bijdrage maandelijks vooruit te betalen aan de vrouw. De overige verzoeken worden afgewezen en partijen dragen hun eigen proceskosten. Bij niet-betaling door de man komen de executiekosten voor zijn rekening.
Uitkomst: De man moet vanaf 23 maart 2001 een bijdrage van ƒ 284 per maand betalen in de kosten van verzorging en opvoeding van het kind.