ECLI:NL:RBUTR:2001:AB2065
Rechtbank Utrecht
- Eerste aanleg - meervoudig
- M.J. Smit
- J.R. Krol
- N.J. van Weelden-de Ruijter
- Rechtspraak.nl
Vrijspraak wegens onvoldoende bewijs oplichting en partieel nietigverklaring dagvaarding
De rechtbank Utrecht behandelde op 12 juni 2001 een strafzaak tegen de verdachte die werd beschuldigd van meermalen oplichting in de periode van 16 februari 1995 tot en met 31 mei 1998. De verdediging voerde aan dat de dagvaarding innerlijk tegenstrijdig was omdat enkele ten laste gelegde feiten zich in 1993 en 1994 zouden hebben voorgedaan, buiten de genoemde periode.
De rechtbank oordeelde dat de dagvaarding partieel nietig verklaard moest worden voor die feiten die niet binnen de gestelde periode vielen, namelijk de eerste drie gedachtenstreepjes in de dagvaarding. Voor het overige was de dagvaarding begrijpelijk en werd het primaire verweer verworpen.
Op de inhoudelijke bewijsbeslissing oordeelde de rechtbank dat niet wettig en overtuigend was bewezen dat de verdachte zich schuldig had gemaakt aan oplichting. De aangever was niet misleid door de vermeende valse mededelingen van de verdachte, waaronder beweringen over liefde en financiële zekerheid. De rechtbank sprak de verdachte vrij van alle ten laste gelegde feiten.
Uitkomst: Verdachte wordt vrijgesproken wegens onvoldoende bewijs en dagvaarding wordt partieel nietig verklaard.