ECLI:NL:RBUTR:2001:AB1600
Rechtbank Utrecht
- Eerste aanleg - meervoudig
- J.M. Sijbrandij
- M. van Delft-Baas
- P.K. Ruts-Houtman
- Rechtspraak.nl
Toewijzing voorlopige voorziening tot toevertrouwing minderjarige na ongeoorloofde overbrenging naar Rusland
Partijen oefenen gezamenlijk het ouderlijk gezag uit over hun minderjarige kind, geboren in Nederland. De moeder heeft zonder toestemming van de vader het kind meegenomen naar Rusland en weigert terug te keren, wat de rechtbank als ongeoorloofde overbrenging kwalificeert. De rechtbank oordeelt dat de Nederlandse rechter bevoegd is omdat de gewone verblijfplaats van het kind Nederland blijft.
De rechtbank acht het in het belang van het kind dat het terugkeert naar Nederland en bij de vader verblijft, mede gelet op het Haags Kinderontvoeringsverdrag en de doelstelling daarvan om kinderen te beschermen tegen schadelijke gevolgen van ongeoorloofde overbrenging. De moeder heeft het verzoek om bijdrage in levensonderhoud ingediend, maar heeft geen behoefte aangetoond en is gestopt met werken uit eigen beweging.
De rechtbank wijst het verzoek om levensonderhoudsbijdrage af en bepaalt een omgangsregeling waarbij de moeder het kind regelmatig kan zien. De beschikking is gegeven door de meervoudige kamer van de rechtbank Utrecht op 9 mei 2001.
Uitkomst: De rechtbank wijst de toevertrouwing van het minderjarige kind toe aan de vader en wijst het verzoek om bijdrage in levensonderhoud af.