ECLI:NL:RBUTR:2001:AB0828
Rechtbank Utrecht
- Eerste aanleg - meervoudig
- J.H.C. van Ginhoven
- P.K. Ruts-Houtman
- A.P. van der Linden
- Rechtspraak.nl
Toestemming tot erkenning kind door biologische vader ondanks kunstmatige inseminatie
De man verzocht de rechtbank om vervangende toestemming tot erkenning van een minderjarige die geboren is uit een zwangerschap door kunstmatige inseminatie met zijn zaad. De moeder had geen toestemming gegeven voor erkenning en verzette zich hiertegen, stellende dat de man slechts zaaddonor was en erkenning de ongestoorde verhouding tussen haar, het kind en haar levensgezellin zou schaden.
De rechtbank oordeelde dat de man, hoewel het kind niet op natuurlijke wijze is verwekt, gelijkgesteld moet worden met de verwekker vanwege de intentie van alle partijen dat hij als vader zou worden erkend en betrokken zou blijven bij de opvoeding, zij het op afstand. De rechtbank vond dat de belangen van het kind en de moeder bij een ongestoorde verhouding niet worden geschaad door erkenning.
De bijzondere curator en de Raad voor de Kinderbescherming onderschreven dat erkenning in het belang van het kind is. De rechtbank wees het verzoek tot uitvoerbaarheid bij voorraad af, maar verleende de man wel de vervangende toestemming tot erkenning van het kind als zijn dochter.
Uitkomst: De rechtbank verleent vervangende toestemming aan de man om het kind te erkennen als zijn dochter.