ECLI:NL:RBUTR:2000:AA9263
Rechtbank Utrecht
- Kort geding
- G.A.M.E. van der Burg-van Geest
- Rechtspraak.nl
Verbod executoriale verkoop huisraad na beslaglegging door Officier van Justitie
Eiseres vordert in kort geding dat het beslag op haar huisraad wordt opgeheven en dat de Officier van Justitie wordt verboden de in beslag genomen zaken te verkopen. Het beslag is gelegd ten laste van haar ex-echtgenoot en dochters, waarbij de executoriale verkoop is aangekondigd.
De Officier van Justitie voert aan dat hij als orgaan van de Staat geen partij kan zijn in een burgerlijk geding, maar de rechtbank oordeelt dat hij als executant ex artikel 456 Rv Pro wel ontvankelijk is. De rechtbank stelt vast dat het beslag niet conservatoir is en dat de executoriale verkoop alleen de zaken betreft die ten laste van de ex-echtgenoot zijn gelegd.
Eiseres heeft onweersproken gesteld dat zij gescheiden is en het huurrecht van de woning bezit, dat zij een eigen inkomen heeft en dat er geen sprake is van een gezamenlijke huishouding met haar ex-echtgenoot. Hierdoor wordt vermoed dat het huisraad aan haar toebehoort, met uitzondering van enkele zaken die zij in bruikleen heeft. De rechtbank acht het verzet van eiseres gegrond en verbiedt de Officier van Justitie de executoriale verkoop van het huisraad. De Officier van Justitie wordt veroordeeld in de proceskosten.
Uitkomst: Het verzet van eiseres tegen de executoriale verkoop van haar huisraad wordt gegrond verklaard en de verkoop wordt verboden.