ECLI:NL:RBUTR:2000:AA8770
Rechtbank Utrecht
- Eerste aanleg - meervoudig
- W.H.B. den Hartog Jager
- J.A. van Steen
- F. Krips
- Rechtspraak.nl
Vrijspraak en deels bewezenverklaring ontucht met minderjarigen door leraar
De rechtbank Utrecht behandelde de zaak tegen verdachte die werd beschuldigd van meerdere strafbare feiten, waaronder verkrachting en ontucht met minderjarige leerlingen. De rechtbank sprak verdachte vrij van de tenlasteleggingen van verkrachting, omdat niet wettig en overtuigend kon worden bewezen dat sprake was van dwang zoals bedoeld in artikel 242 Sr Pro. De rechtbank oordeelde dat het misbruik van een feitelijke machtsverhouding niet voldoende was om dwang aan te nemen.
Wel achtte de rechtbank wettig en overtuigend bewezen dat verdachte meermalen ontucht had gepleegd met minderjarige leerlingen die aan zijn zorg en opleiding waren toevertrouwd. Deze feiten werden als ernstig beoordeeld vanwege het misbruik van vertrouwen en het lichamelijke en geestelijke overwicht dat verdachte als leraar had.
De strafbaarheid van verdachte werd bevestigd, en rekening houdend met de ernst van de feiten, de persoon van verdachte en zijn psychische toestand (ernstige narcistische persoonlijkheidsstoornis met verminderd toerekeningsvatbaarheid), legde de rechtbank een gevangenisstraf van twaalf maanden op, waarvan zes maanden voorwaardelijk, en een taakstraf van 240 uur onbetaalde arbeid.
Daarnaast werden schadevergoedingen toegekend aan twee benadeelde partijen voor immateriële schade, respectievelijk €1500 en €500. De rechtbank bepaalde ook een betalingsverplichting aan de Staat ten behoeve van een slachtoffer, met een vervangende hechtenis bij niet-nakoming.
Het vonnis werd uitgesproken op 4 december 2000 door een meervoudige kamer van de rechtbank Utrecht.
Uitkomst: Verdachte wordt vrijgesproken van verkrachting, veroordeeld tot zes maanden gevangenisstraf waarvan zes maanden voorwaardelijk en 240 uur taakstraf voor ontucht met minderjarige leerlingen.