ECLI:NL:RBUTR:2000:AA8507
Rechtbank Utrecht
- Hoger beroep
- P.W. van Schendel
- M.A. Broekhuis
- G.W. Brands-Bottema
- Rechtspraak.nl
Afwijzing vordering wegens onzorgvuldige voorlichting pensioenregeling CNV aan leden
CNV trad op als rechtsopvolger van de Vervoersbond CNV en behartigde de belangen van leden werkzaam in de overslagsector. Eisers, leden van CNV, stelden dat CNV hen onjuist en onvolledig had geïnformeerd over de financiering van een pensioenovergangsregeling voor werknemers geboren tussen 1950 en 1976, waardoor zij onjuiste verwachtingen hadden over hun pensioenuitkering bij vervroegd uittreden op 60-jarige leeftijd.
Eisers vorderden onder meer een verklaring voor recht dat CNV in strijd met artikel 2:8 BW Pro had gehandeld, onrechtmatig was en toerekenbaar tekort was geschoten in haar belangenbehartiging, met een schadevergoeding tot gevolg. CNV voerde verweer dat de onvolledige financiering bekend was en dat het akkoord een collectief pensioenstelsel betrof waarbij volledige financiering voor de genoemde leeftijdscategorie op dat moment onhaalbaar was.
De rechtbank oordeelde dat de lidmaatschapsverhouding tussen CNV en haar leden een bijzondere rechtsbetrekking vormt die wordt beheerst door redelijkheid en billijkheid. Hoewel CNV haar leden onvoldoende informeerde over de tekortkomingen in de financiering, was dit niet zodanig onzorgvuldig dat het handelen in strijd was met artikel 2:8 BW Pro. Tevens was niet aannemelijk gemaakt dat eisers schade hadden geleden die toerekenbaar was aan CNV, mede omdat het pensioenakkoord een collectief karakter had en redres nog mogelijk was.
De vorderingen werden afgewezen, maar de proceskosten werden gecompenseerd vanwege de onvolledige voorlichting die mede aanleiding was tot de procedure.
Uitkomst: De rechtbank wijst de vorderingen af wegens onvoldoende onzorgvuldig handelen en gebrek aan aannemelijkheid van schade.