ECLI:NL:RBUTR:2000:AA5210
Rechtbank Utrecht
- Voorlopige voorziening
- P.B.M.J. van der Beek Gillessen
- Rechtspraak.nl
Afwijzing voorlopige voorziening leerlingenvervoer na intrekking aangepast vervoer
Verzoeker wendde zich tot de rechtbank met een verzoek om een voorlopige voorziening tegen het besluit van het college van burgemeester en wethouders van Zeist om het aangepast leerlingenvervoer voor zijn kinderen naar een Islamitische school in een andere gemeente in te trekken.
De dochter van verzoeker droeg een hoofddoek en was daardoor niet langer welkom op haar RK-basisschool. Na afwijzing op een openbare school in de woonplaats, werd tijdelijk aangepast vervoer naar de Islamitische school geregeld. Later werd dit vervoer ingetrokken omdat een openbare school binnen zes kilometer beschikbaar was en de reistijd naar de Islamitische school minder dan 1,5 uur bedroeg met openbaar vervoer.
Verzoeker stelde dat toezeggingen waren gedaan voor het vervoer en dat de alternatieve busroute niet geschikt was. De rechtbank oordeelde dat de gewijzigde omstandigheden rechtvaardigen dat het aangepaste vervoer wordt ingetrokken en dat de procedure correct is gevolgd. Er was geen strijd met de beginselen van behoorlijk bestuur en het verzoek om voorlopige voorziening werd afgewezen.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening tegen de intrekking van aangepast leerlingenvervoer werd afgewezen.