ECLI:NL:RBUTR:2000:AA5020
Rechtbank Utrecht
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- M.S.E. Wulffraat-van Dijk
- Rechtspraak.nl
Vernietiging terugvordering onverschuldigde AAW-uitkering wegens onvoldoende motivering
De arrondissementsrechtbank Utrecht behandelde het beroep van de erven van een overledene tegen een besluit van verweerder tot terugvordering van een bedrag van f. 16.846,72 aan onverschuldigd betaalde AAW-uitkering over de jaren 1996 en 1997.
Verweerder had de terugvordering gebaseerd op vastgestelde arbeidsongeschiktheidspercentages, waarbij voor 1996 een mate van 55 tot 65% werd vastgesteld en voor 1997 45 tot 55%. De rechtbank oordeelde dat het besluit voor 1996 op een juiste grondslag berustte, maar dat het besluit voor 1997 onvoldoende was gemotiveerd en niet zorgvuldig was voorbereid, mede omdat geen definitief onderzoek naar het inkomen en de arbeidsactiviteiten van de overledene in 1997 had plaatsgevonden.
De rechtbank verwierp het verweer van eisers dat het niet indienen van bezwaar tegen eerdere besluiten verschoonbaar was, omdat de accountant de bezwaarclausule had kunnen lezen en tijdig bezwaar had kunnen maken. Tevens werd overwogen dat de voorlopige vaststelling van arbeidsongeschiktheid niet als basis kan dienen voor terugvordering.
Het bestreden besluit werd daarom vernietigd, het griffierecht werd aan eiser vergoed en verweerder werd veroordeeld in de proceskosten. Tegen deze uitspraak staat hoger beroep open bij de Centrale Raad van Beroep.
Uitkomst: Het terugvorderingsbesluit over 1997 wordt vernietigd wegens ontoereikende motivering en onzorgvuldige voorbereiding.