ECLI:NL:RBUTR:2000:AA4908
Rechtbank Utrecht
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- E.W.F. Botenga
- M.S.E. Wulffraat-van Dijk
- Rechtspraak.nl
Vaststelling dat mededeling beëindiging aanvullende aanspraken een besluit is
Eiser ontving in 1977 een individuele toezegging van aanvullende aanspraken voor de ziektekosten van zijn echtgenote. In 1997 werd hem per brief meegedeeld dat deze aanspraken per 1 januari 1998 zouden worden beëindigd. Eiser maakte bezwaar tegen deze mededeling, maar verweerder verklaarde het bezwaar kennelijk niet-ontvankelijk omdat het zou gaan om een beleidsregel.
De rechtbank oordeelt dat de brief van 28 oktober 1997 een concreet, individueel besluit is dat de eerder toegekende aanspraken intrekt. Dit betekent dat het een besluit in de zin van artikel 1:3 Awb Pro is, waartegen bezwaar en beroep mogelijk zijn. De rechtbank vernietigt daarom het besluit tot niet-ontvankelijkheid van het bezwaar.
De rechtbank wijst erop dat een bestuursorgaan zijn beleid kan wijzigen mits de algemene beginselen van behoorlijk bestuur, waaronder rechtszekerheid, worden gerespecteerd. Omdat verweerder nu alsnog op het bezwaar moet beslissen, gaat de rechtbank niet in op de inhoudelijke gronden van het beroep. Verweerder wordt veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten van eiser.
Uitkomst: De rechtbank vernietigt het besluit tot niet-ontvankelijkheid en bepaalt dat de I.Z.R. het griffierecht en proceskosten aan eiser vergoedt.