ECLI:NL:RBSHE:2012:BX5069
Rechtbank 's-Hertogenbosch
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- W.M. Callemeijn
- Rechtspraak.nl
Gebruik woonruimte van korte duur bij Short-Stay huurovereenkomst voor onderwijsdoeleinden
De Stichting Woonbedrijf verhuurde een woning aan [gedaagde] voor de duur van zijn tijdelijke functie als assistent in opleiding aan de Technische Universiteit Eindhoven. De huurovereenkomst was als Short-Stay contract bestempeld, bedoeld voor personen die tijdelijk verbonden zijn aan onderwijsinstellingen. [gedaagde] verzocht de Huurcommissie om de all-in huurprijs te splitsen in kale huur en servicekosten, waarop de Huurcommissie uitspraak deed.
Woonbedrijf stelde dat de huurovereenkomst een gebruik van woonruimte betrof dat naar zijn aard slechts van korte duur is, zodat artikel 7:258 BW Pro niet van toepassing is en het verzoek van [gedaagde] niet ontvankelijk moest worden verklaard. [gedaagde] voerde aan dat het contract geen Short-Stay overeenkomst was en dat zijn verbondenheid met de universiteit langdurig was, waardoor het gebruik niet van korte duur zou zijn.
De rechtbank oordeelde dat het bijzondere karakter van de huurovereenkomst en het doel om tijdelijke huisvesting te bieden aan personen verbonden aan onderwijsinstellingen leidde tot een gebruik van woonruimte van korte duur. Dit rechtvaardigde het voorrangssysteem van Woonbedrijf en maakte de bepalingen van afdeling 7.4.5 BW niet van toepassing. Het verzoek van [gedaagde] werd daarom niet ontvankelijk verklaard en hij werd veroordeeld in de proceskosten.
Uitkomst: Verzoek tot splitsing van de all-in huurprijs wordt niet ontvankelijk verklaard omdat het gebruik van woonruimte van korte duur is.