ECLI:NL:RBSHE:2012:BX3693

Rechtbank 's-Hertogenbosch

Datum uitspraak
9 juli 2012
Publicatiedatum
5 april 2013
Zaaknummer
248998/FT-RK 12.1054
Type
Uitspraak
Uitkomst
Niet-ontvankelijk
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 284 FwArt. 285 lid 1 sub f Fw
Verwijzingen
4 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Verzoek tot toepassing schuldsaneringsregeling niet-ontvankelijk wegens onvoldoende buitengerechtelijke regeling

Op 22 juni 2012 diende verzoekster een verzoekschrift in tot toepassing van de schuldsaneringsregeling op grond van artikel 284 juncto Pro 285 Faillissementswet. De rechtbank constateerde dat verzoekster samenwoont zonder gemeenschap van goederen en dat slechts één gezamenlijke schuldenlijst was ingediend, waardoor niet duidelijk was welke schulden verzoekster persoonlijk betroffen.

Tevens bood verzoekster samen met haar partner alle schuldeisers een gezamenlijke betaling van 4,45% aan, wat niet recht doet aan de juridische positie van de schuldeisers en verzoekster aansprakelijk stelt voor schulden waarvoor zij wettelijk niet verantwoordelijk is. Verzoekster beschikt bovendien niet over een eigen inkomen.

De rechtbank oordeelde dat er geen deugdelijke poging was gedaan om een reële buitengerechtelijke schuldregeling te treffen, wat een vereiste is voordat de wettelijke schuldsaneringsregeling kan worden toegepast. Daarom werd het verzoek niet-ontvankelijk verklaard.

Uitkomst: Het verzoek tot toepassing van de schuldsaneringsregeling wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens het ontbreken van een reële buitengerechtelijke schuldregeling.

Uitspraak

RECHTBANK ‘s-HERTOGENBOSCH
Sector civiel recht
Rekestnummer : 248998/FT-RK 12.1054
Niet- ontvankelijkverklaring
In de zaak van:
[verzoekster]
[woonplaats]
is op 22 juni 2012 een verzoekschrift ingediend tot toepassing van schuldsaneringsregeling als bedoeld in artikel 284 juncto Pro 285 Faillissementswet (Fw).
Ingevolge artikel 285 lid 1 sub f Fw Pro, dient in het verzoekschrift of een daarbij te voegen bijlage, te worden opgenomen een met redenen omklede verklaring waaruit blijkt dat er geen reële mogelijkheid bestaat om te komen tot een buitengerechtelijke schuldregeling.
Uit de totstandkominggeschiedenis van artikel 285 lid 1 sub f Fw Pro blijkt dat de wetgever het van belang heeft geacht dat voorafgaande aan de wettelijke schuldsanering eerst een buitengerechtelijke schuldregeling wordt beproefd, dat bij een daarop volgend verzoek tot schuldsanering, een verklaring wordt overgelegd als omschreven in artikel 285 lid 1 sub f Fw Pro en dat deze verklaring een betrouwbaar kompas vormt voor de rechter bij de beoordeling of in voldoende mate een minnelijke regeling is beproefd. De huidige wettelijke regeling stelt geen imperatieve eisen aan de kwaliteit van het aanbod tot een buitengerechtelijke schuldregeling. Dat wil echter niet zeggen dat in de fase voorafgaand aan het wettelijk traject een volstrekte vrijheid heerst (vgl. Kamerstukken II 2005-2006, 29 942, nr. 7, blz. 42).
De rechtbank heeft geconstateerd dat er tussen verzoekster en haar partner [X] geen sprake is van een gemeenschap van goederen. Hieruit volgt dat zij ieder over een individuele schuldenlast beschikken. Het ingediende verzoekschrift bevat slechts één gezamenlijke schuldenlijst. Er kan derhalve niet worden afgeleid voor welke schulden verzoekster daadwerkelijk kan worden aangesproken. Daarnaast is gebleken dat schuldenaren gezamenlijk aan alle schuldeisers een betaling van 4,45% op ieders vordering hebben aangeboden. Verzoekster dient in dit aanbod mee te betalen aan schulden waarvoor zij wettelijk niet aansprakelijk is en het aanbod doet voorts geen recht aan de juridische positie van de schuldeisers. De rechtbank merkt op dat verzoekster blijkens het verzoekschrift niet beschikt over een eigen inkomen. Van een reëel aanbod aan de schuldeisers is onder die omstandigheden geen sprake.
De rechtbank stelt vast dat voorafgaand aan het verzoek tot toepassing van de schuldsaneringsregeling geen deugdelijke poging is ondernomen om te komen tot een reële buitenrechtelijke schuldregeling. Verzoekster dient deze mogelijkheid te onderzoeken voordat zij gebruik kan maken van de wettelijke schuldsaneringsregeling. De rechtbank zal verzoekster derhalve niet-ontvankelijk verklaren.
Beschikkende
De rechtbank:
- verklaart verzoekster niet-ontvankelijk in haar verzoek.
Gewezen door mr. P.J. Neijt en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 9 juli 2012 in tegenwoordigheid van de griffier .