ECLI:NL:RBSHE:2012:BX1565
Rechtbank 's-Hertogenbosch
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beoordeling verwijtbare werkloosheid bij ontslag overheidsmedewerker politie
Eiser, werkzaam bij de politie sinds 1973, werd in 2011 ontslagen wegens ernstig plichtsverzuim en strafbare feiten, waaronder valsheid in geschriften en verduistering van verdovende middelen. Verweerder weigerde een WW-uitkering wegens verwijtbare werkloosheid.
De kern van het geschil betrof de vraag of sprake was van subjectieve dringendheid van de ontslagreden. De rechtbank stelde vast dat de werkgever pas na ontvangst van het onderzoeksrapport van de Rijksrecherche op 12 augustus 2011 voldoende zeker was van de feiten en daarna binnen een redelijke termijn het ontslagvoorstel heeft voorbereid en uitgevoerd. Ook de periode tussen het ontslagvoornemen en het horen van eiser werd door omstandigheden verklaard.
De rechtbank concludeerde dat de werkgever voldoende voortvarend had gehandeld en dat de ontslagreden subjectief dringend was. Hierdoor was de weigering van de WW-uitkering terecht. Het beroep van eiser werd ongegrond verklaard en er werd geen vergoeding van proceskosten toegewezen.
Uitkomst: De rechtbank verklaart het beroep ongegrond en bevestigt de weigering van de WW-uitkering wegens verwijtbare werkloosheid.