ECLI:NL:RBSHE:2012:BW9299
Rechtbank 's-Hertogenbosch
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Erkenning gezamenlijk gezag ouders over kinderen na samenwoning in België
Partijen, een man en een vrouw, hebben samen met hun kinderen in België gewoond, waar volgens artikel 373 van Pro het Belgische Burgerlijk Wetboek ouders die samenleven gezamenlijk het gezag over de kinderen uitoefenen. De rechtbank concludeert dat deze gezagsverhouding van rechtswege in Nederland erkend moet worden, mede gelet op artikel 3 van Pro het Haags Kinderbeschermingsverdrag 1961.
De omgang tussen de man en de kinderen verloopt onder begeleiding van Humanitas, maar partijen verschillen van mening over de wijze en het belang van deze omgang. De rechtbank acht het daarom in het belang van de kinderen dat de Raad voor de Kinderbescherming een onderzoek instelt naar de mogelijkheden van een omgangsregeling en de passende gezagsvoorziening.
De rechtbank wijst erop dat de man juridisch vader is van de kinderen en dat continuïteit van gezagsrelaties het belang van het kind dient. De verdere procedure wordt aangehouden in afwachting van het advies van de Raad voor de Kinderbescherming, die uiterlijk 1 oktober 2012 moet rapporteren.
Uitkomst: De rechtbank erkent het gezamenlijk gezag van de ouders over de kinderen en verzoekt de Raad voor de Kinderbescherming een onderzoek naar omgang en gezagsvoorziening.