ECLI:NL:RBSHE:2012:BW7259
Rechtbank 's-Hertogenbosch
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- P.A.M. Penders
- Rechtspraak.nl
Opheffing van onderbewindstelling wegens taalbarrière en zelfbeheer financiële belangen
Rechthebbenden, afkomstig uit Afghanistan en niet vaardig in de Nederlandse taal, verzochten de rechtbank om opheffing van de onderbewindstelling die op hun vermogensrechten was ingesteld. De onderbewindstelling was ingesteld omdat werd aangenomen dat zij door hun lichamelijke of geestelijke toestand niet in staat waren hun financiële belangen te behartigen.
Tijdens de zitting gaf de heer verzoeker sub 1 aan dat hij zijn financiën zelf kan beheren, ondanks analfabetisme, en dat hij in Afghanistan jarenlang succesvol zakenman was. De bewindvoerder betoogde dat de taalbarrière een groot probleem blijft en dat opheffing niet in het belang van de rechthebbenden zou zijn. De dochter van de rechthebbenden staat echter klaar om hen te ondersteunen.
De kantonrechter oordeelde dat het niet te verwachten valt dat een goede samenwerking tussen bewindvoerder en rechthebbenden mogelijk is gezien de omstandigheden, waardoor de taak van de bewindvoerder onmogelijk wordt. Daarom werd het bewind per 1 juni 2012 opgeheven, met de verplichting voor de bewindvoerder om voor 1 augustus 2012 eindrekening en verantwoording af te leggen aan de dochter en de rechtbank.
Uitkomst: De rechtbank heeft de onderbewindstelling per 1 juni 2012 opgeheven en de bewindvoerder ontslagen.