ECLI:NL:RBSHE:2012:BW7259

Rechtbank 's-Hertogenbosch

Datum uitspraak
21 mei 2012
Publicatiedatum
5 april 2013
Zaaknummer
814224 / 814227
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Rechters
  • P.A.M. Penders
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Opheffing van onderbewindstelling wegens taalbarrière en zelfbeheer financiële belangen

Rechthebbenden, afkomstig uit Afghanistan en niet vaardig in de Nederlandse taal, verzochten de rechtbank om opheffing van de onderbewindstelling die op hun vermogensrechten was ingesteld. De onderbewindstelling was ingesteld omdat werd aangenomen dat zij door hun lichamelijke of geestelijke toestand niet in staat waren hun financiële belangen te behartigen.

Tijdens de zitting gaf de heer verzoeker sub 1 aan dat hij zijn financiën zelf kan beheren, ondanks analfabetisme, en dat hij in Afghanistan jarenlang succesvol zakenman was. De bewindvoerder betoogde dat de taalbarrière een groot probleem blijft en dat opheffing niet in het belang van de rechthebbenden zou zijn. De dochter van de rechthebbenden staat echter klaar om hen te ondersteunen.

De kantonrechter oordeelde dat het niet te verwachten valt dat een goede samenwerking tussen bewindvoerder en rechthebbenden mogelijk is gezien de omstandigheden, waardoor de taak van de bewindvoerder onmogelijk wordt. Daarom werd het bewind per 1 juni 2012 opgeheven, met de verplichting voor de bewindvoerder om voor 1 augustus 2012 eindrekening en verantwoording af te leggen aan de dochter en de rechtbank.

Uitkomst: De rechtbank heeft de onderbewindstelling per 1 juni 2012 opgeheven en de bewindvoerder ontslagen.

Uitspraak

RECHTBANK 's-HERTOGENBOSCH
Sector Kanton, locatie 's-Hertogenbosch
Zaaknr. 814224 BM VERZ 12-329 en 814227 BM VERZ 12-330
21 mei 2012
Beschikking op een verzoek tot opheffing onderbewindstelling
op verzoek van:
[verzoeker sub 1],
geboren te [plaats] (Afganistan) op [datum],
[verzoekster sub 2],
geboren te [plaats] (Afganistan) op [datum],
beiden wonende [adres],
hierna ook te noemen: rechthebbenden.
Het verzoek strekt tot opheffing van het bewind over hun vermogensrechtelijke belangen.
procedure
De kantonrechter heeft kennisgenomen van:
- het verzoekschrift, ter griffie ingekomen op 6 maart 2012;
- een aanvulling op het verzoekschrift, ter griffie ingekomen op 28 maart 2012;
- de schriftelijke reactie van de bewindvoerder, Wendy Yvonne Rutjes-Onink, geboren op 4 juli 1973, h.o.d.n. Oikonomia, gevestigd te 6666 ZG Heteren, Postbus 49, ter griffie ingekomen op 29 maart 2012.
De zaak is behandeld ter zitting van 8 mei 2012.
Verschenen zijn:
[verzoeker sub 1], rechthebbende;
Dhr. A. Mir, tolk;
Mw. W.Y. Rutjes-Onink, namens Oikonomia;
[verzoekster sub 2] is hoewel behoorlijk opgeroepen niet verschenen ter zitting. Haar partner geeft aan dat haar afwezigheid te maken heeft met meerdere lichamelijke klachten.
Verwezen wordt naar de aantekeningen die de griffier van de mondelinge behandeling heeft gemaakt.
beoordeling
1.
Bij beschikking van de kantonrechter te 's-Hertogenbosch d.d. 23 augustus 2011 is een bewind ingesteld over de alle goederen die [verzoeker sub 1] en [verzoekster sub 2] als rechthebbenden (zullen) toebehoren met benoeming van Wendy Yvonne Rutjes-Onink tot bewindvoerder.
2. Uit het verzoekschrift en de behandeling ter zitting is gebleken dat rechthebbenden opheffing van het bewind wensen. De heer [verzoeker sub 1] geeft aan zelf zijn financiën te kunnen beheren. Hij is wel analfabeet, maar is in Afghanistan 50 jaar zakenman geweest zonder problemen. Ook geeft hij aan dat hij geestelijk goed in orde is. Indien rechthebbenden vragen hebben betreffende financiën kunnen zij aankloppen bij "Vluchtelingenwerk", zij helpen hen dan. Tevens is zijn dochter bereid hem bij te staan als zij één keer in de twee maanden naar Nederland komt. Rechthebbenden willen hun betalingen gaan verrichten door middel van automatische betalingen.
3. De bewindvoerder is van mening dat opheffen van het bewind niet in het belang van rechthebbenden is. De taal is een groot probleem. Samen met een tolk heeft de bewindvoerder getracht rechthebbenden duidelijk te maken wat de taken van een bewindvoerder inhouden. Deze uitleg heeft plaatsgevonden in het bijzijn van de dochter van rechthebbenden. De dochter heeft per e-mail aangegeven het niet te begrijpen waarom haar ouders tot het verzoek opheffing van het bewind zijn overgegaan. De bewindvoerder geeft aan dat zij nog voor enkele jaren belastingaangifte moet verzorgen voor rechthebbenden. De bewindvoerder geeft aan dat zowel "Vluchtelingenwerk", de bank als de gemeente niet blij zullen zijn met opheffen van het bewind.
4. De kantonrechter overweegt dat als een natuurlijk persoon verzoekt om onder bewind te worden gesteld, het in beginsel voldoende is, als deze persoon stelt dat hij als gevolg van zijn lichamelijke of geestelijke toestand tijdelijk of duurzaam niet in staat is ten volle zijn vermogensrechtelijke belangen zelf behoorlijk waar te nemen.
In het onderhavige geval lijkt thans het enige probleem te zijn gelegen in het niet beheersen van de Nederlandse taal, zowel schriftelijk als mondeling.
De kantonrechter twijfelt er aan of rechthebbenden in staat zijn zonder beheersing van de Nederlandse taal zich staande kunnen houden in de Nederlandse samenleving.
De heer [verzoeker sub 1] is echter niet te overtuigen is van het belang van de onderbewindstelling. De kantonrechter is dan ook van oordeel dat het niet te verwachten valt dat er in een dergelijke situatie sprake zal zijn van een goede samenwerking tussen rechthebbenden en de bewindvoerder. Hierdoor wordt het voor de bewindvoerder onmogelijk haar taak naar behoren uit te voeren.
De heer [verzoeker sub 1] heeft ter zitting aangegeven dat hij, toen bewind werd uitgesproken over zijn goederen, dacht dat hem een vorm van hulp werd geboden, die niet inhield dat het hem onmogelijk werd gemaakt zelf over zijn financiële middelen te beschikken. Dat laatste heeft hij nooit gewild.
Alle voormelde omstandigheden in aanmerking nemende, ziet de kantonrechter aanleiding de onderbewindstellingen op te heffen. Aangezien het bewind wordt opgeheven, behoeft de bewindvoerder geen belastingaangifte te doen over 2010 en 2011. Er zal dan ook worden beslist als volgt.
beslissing
De kantonrechter:
- heft op, met ingang van 1 juni 2012, de bij beschikking van de kantonrechter te 's-Hertogenbosch d.d. 23 augustus 2011 ingestelde bewinden over de goederen die [verzoeker sub 1] en [verzoekster sub 2] beiden voornoemd als rechthebbenden toebehoren of zullen toebehoren.
- bepaalt dat de ontslagen bewindvoerder eindrekening en verantwoording dient af te leggen aan de dochter van rechthebbenden en de rechtbank vóór 1 augustus 2012;
- bepaalt dat de ontslagen bewindvoerder geen zorg meer hoeft te dragen voor het doen van aangiften bij de belastingdienst.
Deze beschikking is gegeven door mr. P.A.M. Penders, kantonrechter te 's-Hertogenbosch, en in het openbaar uitgesproken op 21 mei 2012 in aanwezigheid van de griffier.
Tegen deze beschikking is hoger beroep mogelijk. Door de verzoeker en degenen aan wie een afschrift van de beschikking is verstrekt of verzonden binnen drie maanden na de dag van de uitspraak; door andere belanghebbenden binnen drie maanden na de betekening daarvan of nadat de beschikking hun op andere wijze bekend is geworden. Het hoger beroep moet door tussenkomst van een advocaat worden ingesteld door indiening van een beroepschrift ter griffie van het Gerechtshof te 's-Hertogenbosch.
blad 3