ECLI:NL:RBSHE:2012:BW4712

Rechtbank 's-Hertogenbosch

Datum uitspraak
20 april 2012
Publicatiedatum
5 april 2013
Zaaknummer
01/825121-10
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Deels toewijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - meervoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 27 SrArt. 141 SrArt. 302 juncto 45 Sr
Verwijzingen
5 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Gevangenisstraf voor openlijk geweld plegen tegen personen in Nuenen

Op 26 september 2009 pleegde verdachte samen met anderen openlijk geweld tegen twee personen in Nuenen. De rechtbank heeft vastgesteld dat verdachte niet verantwoordelijk kan worden gehouden voor het steken in de rug van het tweede slachtoffer, omdat niet is bewezen dat hij dit heeft gedaan of wist dat een medeverdachte een mes bij zich had.

De tenlastelegging betrof opzettelijk zwaar lichamelijk letsel en openlijk geweld. De rechtbank sprak verdachte vrij van de beschuldigingen met betrekking tot het eerste slachtoffer vanwege tegenstrijdige getuigenverklaringen en onvoldoende bewijs. Voor het tweede slachtoffer werd bewezen verklaard dat verdachte openlijk geweld heeft gepleegd door te slaan en te schoppen.

De rechtbank achtte de strafbaarheid van verdachte bewezen en legde een gevangenisstraf van één maand op, rekening houdend met de ernst van het feit, de omstandigheden waaronder het is gepleegd en de persoonlijke situatie van verdachte. De straf is onvoorwaardelijk en met aftrek van voorarrest opgelegd.

Uitkomst: Verdachte is veroordeeld tot één maand gevangenisstraf voor openlijk geweld en vrijgesproken van het steken in de rug wegens onvoldoende bewijs.

Uitspraak

vonnis
RECHTBANK 'S-HERTOGENBOSCH
Sector Strafrecht
Parketnummer: 01/825121-10
Datum uitspraak: 20 april 2012
Verkort vonnis van de rechtbank 's-Hertogenbosch, meervoudige kamer voor de behandeling van strafzaken, in de zaak tegen:
[verdachte],
geboren te [geboorteplaats] op [1991],
wonende te [woonplaats], [adres].
Dit vonnis is op tegenspraak gewezen naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting van 14 juni 2010, 20 september 2010, 15 september 2011 en 6 april 2012.
De rechtbank heeft kennisgenomen van de vordering van de officier van justitie en van hetgeen van de zijde van verdachte naar voren is gebracht.
De tenlastelegging.
De zaak is aanhangig gemaakt bij dagvaarding van 17 mei 2010.
Nadat de tenlastelegging op de terechtzitting van 14 juni 2010 is gewijzigd is aan verdachte ten laste gelegd dat:
1.
hij op of omstreeks 26 september 2009 te Nuenen, gemeente Nuenen Ca, tezamen en in vereniging met anderen of een ander, althans alleen, ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om aan een persoon genaamd [slachtoffer 1], opzettelijk zwaar lichamelijk letsel toe te brengen, met dat opzet voornoemde [slachtoffer 1]tegen het hoofd en/of het lichaam heeft/hebben geschopt, terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;
(artikel 302 juncto Pro 45 van het Wetboek van Strafrecht)
Subsidiair althans, indien het vorenstaande niet tot een veroordeling mocht of zou kunnen leiden:
hij op of omstreeks 26 september 2009 te Nuenen, gemeente Nuenen Ca, met een ander of anderen, op of aan de openbare weg, Park, in elk geval op of aan een openbare weg, openlijk in vereniging geweld heeft gepleegd tegen [slachtoffer 1], welk geweld bestond uit het slaan en/of schoppen van voornoemde [slachtoffer 1];
(artikel 141 van Pro het Wetboek van Strafrecht)
2.
hij op of omstreeks 26 september 2009 te Nuenen, gemeente Nuenen Ca, met een ander of anderen, op of aan de openbare weg, Park, in elk geval op of aan een openbare weg, openlijk in vereniging geweld heeft gepleegd tegen[slachtoffer 2], welk geweld bestond uit het slaan en/of schoppen en/of met een mes, althans scherp voorwerp (in de rug) steken van voornoemde [slachtoffer 2];
(artikel 141 van Pro het Wetboek van Strafrecht)
De formele voorvragen.
Bij het onderzoek ter terechtzitting is gebleken dat de dagvaarding geldig is. De rechtbank is bevoegd van het tenlastegelegde kennis te nemen en de officier van justitie kan in haar vervolging worden ontvangen. Voorts zijn er geen gronden gebleken voor schorsing van de vervolging.
Bewijsoverweging.
De rechtbank zal verdachte vrijspreken van het onder 1 primair en 1 subsidiair tenlastegelegde. Verdachte ontkent betrokkenheid bij dit feit. De diverse getuigenverklaringen omtrent geweld tegen [slachtoffer 1] vertonen onderlinge tegenstrijdigheden over de signalementen en de posities van verdachte en medeverdachte [medeverdachte] in de auto. Hierdoor is naar het oordeel van de rechtbank niet komen vast te staan wat er precies is gebeurd bij het incident met [slachtoffer 1] en wat de eventuele rol van verdachte hierin is geweest.
Ten aanzien van het onder 2 tenlastegelegde is de rechtbank evenals de officier van justitie van oordeel dat verdachte niet verantwoordelijk kan worden gehouden voor het steken in de rug van[slachtoffer 2], zodat hij van dat onderdeel van de tenlastelegging zal worden vrijgesproken. Het kan immers niet worden vastgesteld dat verdachte [slachtoffer 2] heeft gestoken, noch dat hij van tevoren wist of kon weten dat een van zijn medeverdachten een mes bij zich had.
De bewezenverklaring ten aanzien van feit 2.
De rechtbank acht, op grond van de feiten en omstandigheden die zijn vervat in de bewijsmiddelen, wettig en overtuigend bewezen, dat verdachte
op 26 september 2009 te Nuenen, gemeente Nuenen Ca, met anderen, op of aan de openbare weg, Park, openlijk in vereniging geweld heeft gepleegd tegen [slachtoffer 2], welk geweld bestond uit het slaan en schoppen van voornoemde [slachtoffer 2].
De bewijsmiddelen worden slechts gebezigd met betrekking tot het feit waarop zij in het bijzonder betrekking hebben.
Hetgeen meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven bewezen is verklaard, is naar het oordeel van de rechtbank niet bewezen. Verdachte zal hiervan worden vrijgesproken.
Strafbaarheid van het feit.
Het bewezenverklaarde levert op het in de uitspraak vermelde strafbare feit.
Er zijn geen feiten of omstandigheden gebleken die de strafbaarheid van het feit uitsluiten.
De strafbaarheid van verdachte.
Er zijn geen feiten of omstandigheden gebleken die de strafbaarheid van verdachte uitsluiten. Verdachte is daarom strafbaar voor hetgeen bewezen is verklaard.
Motivering van de beslissing.
De eis van de officier van justitie.
De officier van justitie heeft gevorderd dat verdachte wordt veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van 98 dagen, met aftrek van voorarrest.
Het oordeel van de rechtbank.
Bij de beslissing over de straf die aan verdachte dient te worden opgelegd heeft de rechtbank gelet op de aard van het bewezenverklaarde en de omstandigheden waaronder dit is begaan, alsmede op de persoon en de persoonlijke omstandigheden van verdachte.
Voorts heeft de rechtbank rekening gehouden met de ernst van de door verdachte gepleegde strafbare feit in verhouding tot andere strafbare feiten, zoals tot uitdrukking komt in het wettelijke strafmaximum en in de straffen die voor soortgelijke feiten worden opgelegd.
Verdachte heeft tezamen met anderen [slachtoffer 2] geschopt en geslagen. Hij heeft daarmee bijgedragen aan een ernstige aantasting van de lichamelijke integriteit en persoonlijke levenssfeer van het slachtoffer [slachtoffer 2]. Omdat deze geweldpleging heeft plaatsgevonden op de openbare weg heeft verdachte met zijn medeverdachten daarnaast de openbare orde verstoord.
Alles overziend is de rechtbank van oordeel dat een onvoorwaardelijke gevangenisstraf van na te melden duur noodzakelijk is om verdachte het verkeerde van zijn handelen te laten inzien en hem duidelijk te maken dat de samenleving dit gedrag niet tolereert.
Toegepaste wetsartikelen.
De beslissing is gegrond op de artikelen 27 en 141 van het Wetboek van Strafrecht.
DE UITSPRAAK
De rechtbank.
Vrijspraak ten aanzien van feit 1 primair en feit 1 subsidiair.
Verklaart het onder 2 tenlastegelegde bewezen zoals hiervoor is omschreven.
Verklaart niet bewezen hetgeen verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hiervoor bewezen is verklaard en spreekt hem daarvan vrij.
Het bewezenverklaarde levert op het misdrijf:
openlijk in vereniging geweld plegen tegen personen.
Verklaart verdachte hiervoor strafbaar.
Legt op de volgende straf.
Een gevangenisstraf voor de duur van één maand met aftrek overeenkomstig artikel 27
Wetboek van Strafrecht.
Dit vonnis is gewezen door:
mr. H.H.E. Boomgaart, voorzitter,
mr. A.M. Kooijmans-de Kort en mr. Y.N.M. Rijlaarsdam, leden,
in tegenwoordigheid van M.P.M. van Goethem, griffier,
en is uitgesproken op 20 april 2012.