ECLI:NL:RBSHE:2012:BW0830
Rechtbank 's-Hertogenbosch
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Betaling en rente over PGB-gelden na onherroepelijke vaststellingsbeschikkingen
In deze civiele procedure vordert eiseres betaling van PGB-gelden over 2004 en 2005 die door gedaagden zijn ontvangen ten behoeve van minderjarige kinderen. De kern van het geschil betreft de vraag of de vaststellingsbeschikkingen onherroepelijk zijn geworden doordat gedaagden geen tijdig bezwaar hebben gemaakt, en of wettelijke rente en incassokosten toewijsbaar zijn.
De rechtbank stelt vast dat, ook indien verondersteld wordt dat gedaagden de vaststellingsbeschikkingen aanvankelijk niet ontvingen, zij na dagvaarding op de hoogte waren van de beschikkingen en de mogelijkheid tot bezwaar, maar geen bezwaar hebben ingediend. Hierdoor zijn de beschikkingen onherroepelijk geworden. De rechtbank hoeft daarom niet inhoudelijk te toetsen of bepaalde facturen terecht niet zijn meegenomen in de verantwoording.
Met betrekking tot de wettelijke rente oordeelt de rechtbank dat over de PGB-gelden bestemd voor één minderjarige geen rente verschuldigd is omdat geen onverschuldigde betaling heeft plaatsgevonden. Voor de andere minderjarige wordt wettelijke rente toegekend over de toe te wijzen hoofdsom vanaf 22 juli 2008 tot de dag van dagvaarding en vanaf het vonnis tot volledige betaling.
De gevorderde buitengerechtelijke incassokosten worden slechts gedeeltelijk toegewezen, omdat niet is gebleken dat de kosten meer omvatten dan enkele standaard aanmaningen. Ondanks afwijzing van een groot deel van de oorspronkelijke vordering, veroordeelt de rechtbank gedaagden in de proceskosten vanwege het niet tijdig verantwoorden van kosten, waardoor eiseres tot procedure is genoodzaakt.
De rechtbank veroordeelt gedaagden hoofdelijk tot betaling van € 3.293,44 plus rente en proceskosten van € 2.605,31, verklaart het vonnis uitvoerbaar bij voorraad en wijst het meer of anders gevorderde af.
Uitkomst: Gedaagden worden veroordeeld tot betaling van € 3.293,44 met wettelijke rente en proceskosten van € 2.605,31.