ECLI:NL:RBSHE:2011:BT7165
Rechtbank 's-Hertogenbosch
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Curator verzet zich tegen faillietverklaring wegens vermeend misbruik van bevoegdheid bij eigen aangifte
De curator is in verzet gekomen tegen de faillietverklaring van gefailleerde, stellende dat sprake is van misbruik van recht bij de eigen aangifte van het faillissement op grond van artikel 3:13 BW Pro. Gefailleerde had het faillissement aangevraagd met het oog op het omzeilen van de wettelijke toelatingseisen voor de schuldsaneringsregeling.
De rechtbank oordeelt dat het begrip belanghebbende in artikel 10 Fw Pro ruim moet worden opgevat en dat de curator ontvankelijk is in zijn verzet. De vraag of de curator beschikt over een machtiging om in rechte op te treden wordt buiten beschouwing gelaten, omdat het ontbreken daarvan geen invloed heeft op de ontvankelijkheid.
De rechtbank stelt dat de Faillissementswet geen beperkingen stelt aan de doeleinden van een faillissementsaanvraag en dat de bevoegdheid tot eigen aangifte discretionair is, mits de schuldenaar een in rechte te respecteren belang heeft. Gezien de mogelijkheid om via het faillissementstraject toegang te krijgen tot de schuldsaneringsregeling zonder eerst een buitengerechtelijke regeling te hoeven beproeven, heeft gefailleerde een dergelijk belang.
De rechtbank concludeert dat geen sprake is van misbruik van recht door gefailleerde en verklaart het verzet van de curator ongegrond.
Uitkomst: Het verzet van de curator tegen de faillietverklaring wegens vermeend misbruik van bevoegdheid wordt ongegrond verklaard.