ECLI:NL:RBSHE:2011:BQ2901
Rechtbank 's-Hertogenbosch
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Terugkeer van minderjarige naar Noorwegen gelast na ongeoorloofde achterhouding in Nederland
De rechtbank 's-Hertogenbosch behandelde een verzoek van de vader om de terugkeer van zijn minderjarige dochter naar Noorwegen te gelasten, nadat de moeder het kind onrechtmatig in Nederland had achtergehouden. De minderjarige had haar hoofdverblijfplaats in Noorwegen bij de vader, vastgesteld door Noorse rechtbanken, en het achterhouden in Nederland werd als strijdig met het gezagsrecht beoordeeld.
De moeder voerde aan dat terugkeer schadelijk zou zijn voor het welzijn van het kind vanwege gedragsproblemen en het ontbreken van adequate hulp in Noorwegen. De rechtbank stelde echter vast dat de minderjarige in Noorwegen een positieve ontwikkeling doormaakte en voldoende begeleiding ontving. De vader toonde bereidheid om professionele hulp te bieden indien nodig.
Verder oordeelde de rechtbank dat de minderjarige niet oud of rijp genoeg was om haar mening over terugkeer te laten meewegen. Er werden geen weigeringsgronden onder artikel 13 van Pro het Haagse Verdrag vastgesteld. De rechtbank gelastte daarom de terugkeer uiterlijk op 9 mei 2011 en veroordeelde de moeder tot vergoeding van noodzakelijke reiskosten van de vader.
Uitkomst: De rechtbank gelast de terugkeer van de minderjarige naar Noorwegen uiterlijk 9 mei 2011 en veroordeelt de moeder tot vergoeding van reiskosten.