ECLI:NL:RBSHE:2010:BP9407
Rechtbank 's-Hertogenbosch
- Kort geding
- J.F.M. Strijbos
- Rechtspraak.nl
Beslag op huurtoeslag en bepaling beslagvrije voet bij huurachterstand
In deze zaak staat de vraag centraal hoe de beslagvrije voet moet worden berekend wanneer er beslag is gelegd op de huurtoeslag van een schuldenaar die achterstallige huur heeft. De stichting Trudo en de Officier van Justitie hebben beslag gelegd op de huurtoeslag van de schuldenaar vanwege openstaande huurschulden en een dwangbevel.
De deurwaarder heeft de beslagvrije voet berekend door de huurtoeslag in mindering te brengen op de verhoging van de beslagvrije voet met de woonkosten. De schuldenaar betwist dit en stelt dat de huurtoeslag, omdat deze rechtstreeks aan de verhuurder wordt uitgekeerd, niet als inkomen aan hem kan worden toegerekend en dus niet mag worden afgetrokken.
De rechtbank overweegt dat de huurtoeslag niet ter beschikking komt van de schuldenaar voor de lopende woonkosten, maar wordt gebruikt voor de aflossing van oude huurschulden. Daarom mag de verhoging van de beslagvrije voet met de woonkosten niet worden verminderd met de huurtoeslag. Dit betekent dat de beslagvrije voet hoger moet worden vastgesteld dan door de deurwaarder berekend.
De rechtbank wijst het geschil toe door te bepalen dat zolang de huurtoeslag is beslagen, de beslagvrije voet niet mag worden verlaagd met de huurtoeslag. Dit schept een feitelijke preferentie voor de verhuurder bij huurschulden, wat de rechtbank niet onredelijk acht. Proceskosten worden niet toegewezen.
Uitkomst: De beslagvrije voet wordt verhoogd zonder vermindering met de huurtoeslag zolang deze onder beslag ligt.