ECLI:NL:RBSHE:2010:BO3606

Rechtbank 's-Hertogenbosch

Datum uitspraak
4 november 2010
Publicatiedatum
5 april 2013
Zaaknummer
684925
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Verwijzingen
1 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Veroordeling huurster tot terugbrengen coniferen tot twee meter wegens overlast

De stichting Woningstichting Aert Swaens vordert dat de huurster haar coniferen terugbrengt tot een hoogte van twee meter vanwege overlast en mogelijke schade aan eigendommen. De huurster woont sinds 1987 in de woning en onderhoudt haar tuin, maar er zijn klachten van omwonenden over de hoogte van de coniferen.

Eerder is in 2005 een procedure gevoerd waarbij werd geoordeeld dat verwijdering schadelijker was dan het laten staan van de coniferen. Nu is opnieuw overlast gemeld, en een buurvrouw heeft takken gesnoeid om overlast te verminderen. De huurster stelt dat zij haar tuin onderhoudt en dat de wortels dieper dan 60 cm niet tot schade leiden.

De kantonrechter oordeelt dat de huurster zich niet als goed huisvader gedraagt door de coniferen zo hoog te laten groeien dat zij hoger zijn dan twee meter, wat in strijd is met de huurovereenkomst en het recht op goed nabuurschap. De vordering wordt toegewezen tot het terugbrengen van de coniferen tot twee meter, met een redelijke termijn van drie weken. De huurster wordt veroordeeld in de proceskosten.

Uitkomst: Huurster wordt veroordeeld om binnen drie weken de coniferen terug te brengen tot twee meter en in de proceskosten.

Uitspraak

Rechtbank Den Bosch
DE KANTONRECHTER IN EINDHOVEN
in de zaak van:
de stichting Woningstichting Aert Swaens,
gevestigd en kantoorhoudende te Veldhoven,
eiseres,
gemachtigde: mr. W.J. Aardema,
t e g e n :
[gedaagde],
wonende te [woonplaats],
gedaagde,
procederend met rechtsbijstand ingevolge toevoeging van de Raad voor de Rechtsbijstand d.d. 16 april 2010, [nummer],
gemachtigde: mr. M.A.E.A. Muurmans.
Procedure
Het verloop van het geding blijkt uit de stukken die zich in het dossier bevinden, te weten
- de dagvaarding
- de conclusie van antwoord
- de aanvullende producties voor comparitie
- de aantekeningen die de griffier heeft gemaakt van de comparitie van partijen als gehouden op 24 augustus 2010
- de akte ter comparitie
- de antwoordakte aan de zijde van Aert Swaens
- de antwoordakte aan de zijde van [gedaagde].
Vordering en verweer
1.1. Eiseres, Aert Swaens, vordert om gedaagde, [gedaagde], te veroordelen om binnen 7 dagen na betekening van het vonnis, alle coniferen hoger dan twee meter te verwijderen met wortel en tak, althans op zodanige wijze dat van verdere groei boven als ook onder de grond geen sprake meer is, met machtiging aan eiseres om voornoemde werkzaamheden voor rekening en risico van gedaagde uit te (laten) voeren indien gedaagde niet in voldoende mate voldoet aan hetgeen waartoe zij bij vonnis veroordeeld wordt, zulks te bepalen door eiseres,
een en ander bij vonnis uitvoerbaar bij voorraad en met een proceskostenveroordeling.
1.2. Zij voert daartoe aan
- dat zij verhuurster is van de woning aan [adres] in [woonplaats] die [gedaagde] in huur heeft
- dat zij melding heeft gekregen van omwonenden omtrent overlast veroorzaakt door coniferen die [gedaagde] in haar voor- en achtertuin heeft staan
- dat deze coniferen daarnaast ook schade toebrengen aan de bezittingen en eigendommen van Aert Swaens maar ook aan bezittingen en eigendommen of zaken in gebruik van de buurvrouw van [gedaagde]
- dat er sprake is van een toerekenbare tekortkoming in de nakoming van de huurovereenkomst omdat [gedaagde] zich niet gedraagt als een goed huisvader voor het gehuurde; de coniferen dieper dan 60 cm geworteld zijn; onvoldoende onderhoud wordt gepleegd aan de tuin; de tuin ontsierd is
- dat de coniferen verwijderd dienen te worden.
2. [gedaagde] stelt daar tegenover
- dat zij vanaf 1987 de woning huurt van Aert Swaens
- dat er reeds in 2005 een procedure is geweest over deze kwestie en de kantonrechter daarin heeft geoordeeld dat verwijdering van de coniferen schadelijker was dan ze te laten staan
- dat er nu opnieuw door omwonenden is geklaagd over overlast van de coniferen
- dat een van de buren van [gedaagde] in april de overhangende takken rigoureus heeft gesnoeid
- dat hiermee de overlast is weggenomen
- dat niet is aangetoond dat er sprake is van schade
- dat zij haar tuin wel degelijk onderhoudt, maar zij slecht zonlicht kan verdragen en haar tuin er derhalve zo moet uitzien
- dat er absoluut geen sprake is van verwaarlozing en ontsiering van de tuin
- dat al zouden de wortels van de coniferen dieper geworteld zijn dan 60 cm, aangesloten dient te worden bij de doelstelling van het betreffende artikel van de huurovereenkomst, namelijk het voorkomen van beschadiging van buizen en kabels; in het vonnis van 2005 is vastgesteld dat daarvoor niet gevreesd hoeft te worden en dit dus geen toerekenbare tekortkoming of onrechtmatige daad oplevert
- dat Aert Swaens kennelijk na 2005 nieuwe huurvoorwaarden heeft geformuleerd, die niet eenzijdig aan [gedaagde] kunnen worden opgelegd
- dat vordering tot verwijdering van de coniferen verjaard is en de vordering dient te worden afgewezen.
Beoordeling
3.1. Aert Swaens heeft er uit hoofde van de huurovereenkomst jegens [gedaagde] recht op dat zij zich jegens haar omwonenden gedraagt naar de regels die de wet stelt inzake nabuurschap.
3.2. Dit recht heeft Aert Swaens omdat zij als verhuurster door omwonenden zal worden aangesproken op het woongedrag van haar huurders.
3.3. In het huurcontract is dit recht neergelegd in de algemene bepaling dat [gedaagde] zich moet gedragen als goed huisvader en in de bepaling dat zij haar tuin dient te onderhouden.
3.4. Dit tuinonderhoud omvat mede 'het regelmatig snoeien van (..) opschietende bomen' als bedoeld in het Besluit Kleine Herstellingen, dat de verplichting daartoe wel niet rechtstreeks aan de huurder oplegt maar er, door de kosten daarvan voor rekening van de huurder te brengen, wel van uitgaat dat het behoort tot normaal bewonerschap.
4.1. Uit de foto's die Aert Swaens heeft overgelegd blijkt dat de coniferen aan de achterkant van het huis van [gedaagde] en de conifeer of coniferen aan de voorkant van haar huis zich bevinden binnen een afstand van twee - en binnen een afstand van een halve meter, als men ze als heesters beschouwt - van de erfafscheiding met de desbetreffende percelen.
4.2. Uit die foto's blijkt bovendien dat de coniferen hoger zijn dan twee meter.
4.3. Uit deze omstandigheden vloeit voort dat [gedaagde] door de coniferen in kwestie zo hoog op te laten schieten als ze nu zijn, haar verplichtingen als huurder geschonden heeft.
4.4. Noch dat zij lichtinval slecht verdraagt, noch dat zij zich de zorg voor beschutting van de vogels aantrekt is een omstandigheid die zij Aert Swaens kan tegenwerpen. Zowel de gevoeligheid van haar ogen als haar zorg voor de vogels zijn omstandigheden waarvan zij - hoe klemmend ze ook zijn - de last niet op anderen kan afwentelen.
4.5. De vordering kan daarom worden toegewezen als na te melden. Meer dan wordt toegewezen is niet nodig. De termijn wordt aangepast met het oog op de redelijkheid.
5. Als in het ongelijk gestelde partij wordt [gedaagde] veroordeeld in de proceskosten.
BESLISSING
Veroordeelt [gedaagde] om binnen drie weken na betekening van dit vonnis de coniferen die hoger zijn dan twee meter tot een hoogte van twee meter terug te brengen;
Machtigt Aert Swaens die verandering zelf uit te voeren of te doen uitvoeren voor rekening en risico van [gedaagde] als zij niet aan dit bevel voldoet;
Veroordeelt [gedaagde] in de proceskosten, in totaal begroot op € 690,66, bestaande uit € 92,66 wegens dagvaardingskosten, € 298,- wegens griffierecht en € 300,- wegens gemachtigdensalaris;|
Verklaart het vonnis tot zover uitvoerbaar bij voorraad;
Wijst af het meer of anders gevorderde.
Aldus gewezen door mr P.M. Knaapen, kantonrechter, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 4 november 2010, in tegenwoordigheid van de griffier.